Gewas: Hydrangea, Hosta, Lavatera , Phlox

Wetenschappelijke naam: Ditylenchus dipsaci

Groep: Aaltjes

 
Schade stengelaaltje in HydrangeaGekromd blad als gevolg van stengelaaltje

 

 
Bladverkleuring als gevolg van stengelaaltjeBladverkleuring als gevolg van stengelaaltje


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright WUR, NVWA, Delphy, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De aanwezigheid van stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) is te herkennen aan de gekroesde groeiwijze van de plant. De groei is duidelijk minder dan normaal, de stengels zijn verdikt en korter. De bladeren verkleuren en zijn soms versmald en kroezig.

Levenswijze

Stengelaatjes kunnen zowel bovengrondse delen als knollen aantasten. Stengelaaltjes leven in de ruimten tussen de cellen van het parenchymweefsel in stengels en bladeren en kunnen zich over de vochtige plant verplaatsen. Overwintering vindt plaats in de knoppen van besmette planten, in op de grond gevallen stengels en bladeren in de grond. Nadat ze de jonge plant aangetast hebben, groeien aaltjes met de plant omhoog. De plant groeit scheef doordat de aaltjes aan een kant van de stengels plantencellen beschadigen.

Bij temperaturen rond 15°C duurt de levenscyclus ongeveer 3 weken. Een vrouwtje legt 200 tot 500 eieren. Stengelaaltjes hebben het vermogen zich onder gunstige omstandigheden sterk uit te breiden. Bij lage aanvangsaantallen kan in een gunstig jaar al een schadelijke populatie opgebouwd worden. Stengelaaltjes kunnen in een juveniel stadium overgaan in een soort van rusttoestand, waardoor ze ongunstige omstandigheden kunnen overleven. Wanneer deze aaltjes weer in een vochtig milieu terecht komen, hervatten ze hun activiteiten. Bekend is dat dit na twintig jaar nog kan gebeuren. In de bodem kunnen ze jarenlang overblijven en ook verspreiding via o.a. uienzaad is mogelijk.

De aaltjes verplaatsen zich vanuit zieke planten door de grond naar gezonde planten. In zandgronden verplaatsen ze zich met een snelheid van ten hoogste 50 cm per jaar, in kleigronden gaan ze minder snel. Bij afwezigheid van waardplanten neemt het aantal stengelaaltjes in de grond snel af. Hierbij is de grondsoort van belang. Zo daalt op zware gronden bij teelt van niet-waardplanten de populatie langzamer dan op lichte gronden.

Het stengelaaltje heeft een grote waardplantenreeks: Hydrangea, Hosta, Lavatera, Phlox, maar ook andere gewassen als tulp, aardappel, mais, diverse vollegrondsgroenten en komt bij voorkeur voor op zwaardere gronden.

Maatregelen
  • Uitgaan van gezond plantmateriaal.
  • Onkruidbestrijding, onkruiden kunnen dienen als waardgewas.
  • Ruime vruchtwisseling met niet waardplant gewassen.
  • Aangetaste planten zo mogelijk snel verwijderen.
  • Een jaarlijkse warmwaterbehandeling is bij sommige vaste planten een optie om uitbreiding van besmetting te onderdrukken. 1 uur 43,5oC geeft een afdoding, echter niet volledig.
  • Bij lichte gronden vruchtwisseling toepassen.
  • Te natte gronden vermijden of eerst draineren.