Gewas: suikerbieten, prei, ui, peen, aardappel, tulp

Wetenschappelijke naam: Ditylenchus dipsaci

Groep: Aaltjes

 
Aantasting jonge plantjesNecrotische plekjes in de kop door aantasting van stengelaatjes
 
 
Aangetaste aardappelknollen, grijsbruine ingezonken plekjes, de huid op de aangetaste plaatsen is papierachtigVeldaantasting van stengelaaltjes in aardappelen.

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Jonge plantjes hebben misvormde  hartblaadjes en verdikkingen van de bladsteel. Het stengeltje onder de zaadlobben kan opgezwollen zijn.

In de kop van aangetaste planten komen later in het groeiseizoen scheuren voor en afstervende plekjes (necrose). De kop wordt later zwart en verrot.

Levenswijze

De aaltjes leven het grootste deel van hun leven bovengronds. In drie weken tijd kan het aaltje zijn cyclus rondzetten en kan zich met een factor 20 tot 30 vermeerderen

Het stengelaaltje heeft een grote waardplantenreeks : tulp, aardappel,mais, peen, ui, prei, suikerbiet, veldboon en stamboon en komt bij voorkeur voor op zwaardere gronden.

De schade is pleksgewijs zichtbaar vooral in een koud voorjaar en een vochtige bodem. De larven kunnen in de grond en op zaad lang overleven.

Maatregelen
  • Op percelen met een hoge ziektedruk granulaten toepassen bij het zaaien.
  • Zorgen voor een goede pH.
  • Ruimere vruchtwisseling vooral op zwaardere gronden.
  • Planten op aangetaste plaatsen vernietigen. Verwijder ook de eerste paar meter in het ogenschijnlijk gezonde gewas rondom de plek.
  • Voorkom verslepen van grond van besmette plaatsen naar andere percelen of perceelsdelen.

In het Handboek aaltjesmanagement vind je aanvullende informatie