Prooi: bladluis

 Wetenschappelijke naam: Aphidius ervi

 Groep: Natuurlijke vijanden

Aphidius ervi    

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De sluipwesp Aphidius ervi komt van nature voor in grote delen van Europa en wordt met name gebruikt als biologische bestrijder van bladluizen in kasteelten.

De soort lijkt qua uiterlijk sterk op de verwante Aphidius colemani, maar is tweemaal zo groot (2mm). Aphidius ervi heeft een zwart, slank lichaam met bruine poten en lange antennen. Haar grotere formaat is logisch verbonden met het feit dat ze grotere bladluissoorten parasiteert. Het vrouwtje heeft een puntig, het mannetje een afgerond achterlijf.

Levenswijze

Aphidius  zal bij het vinden van een geschikte gastheer, haar achterlijf onder haar poten door buigen en met haar legboor een eitje injecteren in de volwassen bladluis of de nimf. De eerste dagen na parasitering, zolang het eistadium duurt, eet de bladluis voort en blijft ze honingdauw afscheiden. Volwassen bladluizen blijven nog nakomelingen voortbrengen. Vervolgens begint de Aphidius-larve de bladluis van binnenuit leeg te eten en vervormt deze vervolgens tot een goudgeel-bruine mummie. Zeven dagen na parasitering zet de Aphidius-larve de bladluis stevig vast op het blad, en vormt een zijden cocon in de bladluis zodat deze opzwelt. Tenslotte verlaat een nieuwe volwassen sluipwesp de mummie via een rond gat, waaraan vaak het dekseltje blijft hangen.

De totale ontwikkelingsduur van Aphidius ervi bedraagt 26 dagen bij 14°C, 13,5 dagen bij 20°C en 12 dagen bij 23,6°C. Een vrouwtje legt ongeveer 350 eitjes tijdens haar leven, waarvan de meeste de eerste 5 tot 7 dagen gelegd worden, met een gemiddelde van ongeveer 55 eitjes per dag. Aphidius ervi heeft een zeer goed zoekgedrag. Ook bij lagere temperaturen vertonen de sluipwespen nog een goede activiteit. Net zoals bij andere bladluisparasieten kan de aanwezigheid van Aphidius ervi een zodanige paniek zaaien in een bladluiskolonie, dat door afgifte van alarmferomonen door de bladluis verscheidene exemplaren zich van het blad laten vallen.

De volwassen sluipwesp leeft maximaal 2 à 3 weken en is in staat om bladluishaarden op relatief grote afstand te vinden door de "alarmstoffen" die een aangetaste plant afscheidt. Op kortere afstand ruikt zij ook de honingdauw.

Toepassing
 Aphidius ervi is inzetbaar op alle gewassen voor de bestrijding van aardappeltopluis en boterbloemluis. Gezien de snelle voortplanting van bladluizen, moeten ze tijdig bestreden worden. Deze sluipwespen zijn geschikte parasieten voor preventieve bestrijding.

Vanaf de zomer kan de bestrijding met Aphidius belemmerd worden door de aanwezigheid van hyperparasieten.