Gewas: Roos (Rosa)

Wetenschappelijke naam: Diplolepis rosae

Groep: Insecten

Rozengal of BedeguargalOpengesneden bedeguaargal op hondsroos met witte larven


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning
Op wilde rozen (vrijwel nooit op gekweekte rozen) vinden we gele tot roodbruine gallen. Deze mosachtige gallen zijn afhankelijk van de hoeveelheid larven zeer klein (enkele mm) tot vrij groot (tot cm doorsnede) en dicht bekleed met lange vertakte haren. De gal wordt bedeguaargal, mosgal of slaapappelgal genoemd. De gal is eerst groen, later kleurt ze rood en nog later verdroogt ze en wordt ze bruin. De gallen ontstaan op bladeren of bladachtige organen (kelkbladen, bloembladen, meeldraden), soms zelfs op rozenbottels. Bij galvorming van bladeren ontstaan de grootste gallen die meestal aan het eind van een tak staan. Een gal op een meeldraad zal uiteraard veel kleiner zijn.
Levenswijze

In het voorjaar worden de eieren gelegd op de blaadjes van een bladknop. Er ontstaan dan door woekering van het bladweefsel gallen die met elkaar vergroeien. Daardoor bestaat een gal vaak uit meerdere kamertjes. Elk kamertje bevat één witte larve. Later gaat de kern zich verhouten. De larven overwinteren in de gal en verpoppen in het voorjaar. Mannetjes komen nauwelijks voor, de voortplanting is zonder bevruchting (parthenogenetisch). De gallen lijken vooral voor te komen op verzwakte planten. De rozengalwesp heeft een voorkeur voor warme droge zomers.

Maatregelen
  • Niet van toepassing