Gewas: Peer (Pyrus communis), Kweepeer (Cydonia oblonga)

Wetenschappelijke naam: Dysaphis pyri

Groep: Bladluizen

 
Roze perenluizenBladkrulling veroorzaakt door roze perenluis


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De roze perenluis komt alleen op peer en kweepeer voor. Hij is minder schadelijk dan roze appelluis en komt alleen in sommige jaren voor. Pleksgewijs worden hooguit enkele bomen aangetast. De roze perenluis bevat rode lichaamsvloeistof.

De aantasting wordt zichtbaar in de sterke bladkrulling waarin de luizen zich vermeerderen. De bladeren kleuren eerst geel, wat kenmerkend is voor roze perenluis. Daarna kleuren de bladeren zwart en vallen af. De afdruipende honingdauw kan terecht komen op de vruchten wat leidt tot 'zwarte peren'. Roze perenluis veroorzaakt geen misvormde vruchten.

Levenswijze

In april (bloeiperiode) komen de grijsgekleurde stammoeders uit de wintereieren. Afhankelijk van de temperatuur zijn de stammoeders na 1 tot 3 weken volwassen en beginnen ze met het voortbrengen van grijs-roze nakomelingen. Dat gebeurt in het opgekrulde blad (de gal). Wanneer deze luizen volwassen zijn en zelf jonge luizen gaan voortbrengen neemt de aantasting snel toe. De jonge luizen van de tweede generatie verspreiden zich langs de takken door de boom en stichten daar nieuwe kolonies. Zo kan het gebeuren dat een boom eind mei helemaal is aangetast.

Vanaf half juni gaan de luizen een generatie met vleugels ontwikkelen. De gevleugelden vertrekken naar de zomerwaardplant lievevrouwebedstro (Galium odoratum) of andere Galium-soorten. Ze leven op deze zomerwaard op de wortels of op liggende stengels. In tegenstelling tot roze appelluis is er bij roze perenluis vanaf juli geen verdere verspreiding in het perceel. In september keren gevleugelde roze perenluizen terug naar peer, waarna eileg plaatsvindt en overwintering als ei.

Maatregelen

Omdat roze perenluis vaak heel pleksgewijs optreedt, kan bestrijding vaak beperkt blijven tot de aangetaste bomen, na monitoring op de grijze stammoeders. Het meeste effect wordt bereikt met een bespuiting vlak na de bloeiperiode omdat de kolonievorming dan nog niet op gang is.