Prooi: diversen insecten: vliegen, muggen, vlinders en kevers

 Wetenschappelijke naam: Asilidae

 Groep: Natuurlijke vijanden

Roofvlieg -  Pamponerus germanicus, imagoRoofvlieg - Eutolmus rufibarbis, imago
 
Larve van roofvlieg - Ophyra sp 

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Roofvliegen (Asilidae) zijn vliegen van 5 tot 30 mm lengte, meestal met een langgerekt en behaard lichaam, lange en gedoornde poten en een kop met grote ogen en een steeksnuit.

In rust liggen de vleugels rondom het achterlijf gevouwen. In Nederland leven ruim 40 soorten waarvan zowel de volwassen vliegen als hun larven (maden) rovers zijn.

Levenswijze

De meeste roofvliegen hebben de voorkeur voor warme, droge biotopen; bij koud en bewolkt weer zijn ze weinig actief. Meestal zitten zij stil op een uitkijkpunt en maken snelle, korte vluchten waarmee zij langs vliegende prooien uit de lucht plukken. Die prooi wordt aangeprikt met de steeksnuit, verlamd en daarna leeggezogen. Eitjes worden in de bodem of onder organisch materiaal gelegd. De witte, langgerekte larven leven vooral in de bodem en voeden zich met insecten en rottend materiaal.

Toepassing
Roofvliegen spelen in de land- en tuinbouw waarschijnlijk een beperkte rol, maar kunnen wel verhinderen dat sommige plagen talrijk worden. Ze vangen vooral vliegende prooien, dus vooral de volwassen stadia van plagen.