Prooi: Andere mijten, aaltjes, tripsen, eitjes van andere insecten

 Wetenschappelijke naam: Phytoseiulus, Amblyseius en Hypoaspis

 Groep: Natuurlijke vijanden

Roofmijt - Amblyseius soorten Roofmijt - Amblyseius soorten, eieren
Roofmijt - Phytoseiulus soorten         Roofmijt - Phytoseiulus soorten, diverse stadia

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Roofmijten vormen een groep binnen de onderklasse van de Acari (mijten). Ze zijn 0,5 tot 1 mm groot, waardoor ze meestal over het hoofd gezien worden

Roofmijten hebben één eivormig lijf (een samengroeiing van kop, borststuk en achterlijf) en 4 paar poten. Het voorste paar poten wordt als tasters gebruikt om hun omgeving te verkennen en om prooien te vinden. De beharing van lijf en poten is vaak belangrijk voor de herkenning van groepen en soorten, maar dat is specialistisch microscoop werk. Het aantal in Nederland voorkomende roofmijten ligt boven de 300 soorten; alleen al op appelbomen kunnen 25 soorten roofmijten voorkomen.

Levenswijze

Roofmijten hebben (afhankelijk van temperatuur) een korte cyclus van 1 tot 2 weken. De volwassen vrouwtjes hebben een lange levensduur. Uit het ei komt een nymf die sterk op de volgroeide roofmijt lijkt en nog 3x vervelt. Roofmijten zijn waarschijnlijk de belangrijkste bestrijders van schadelijke, plantenetende mijten zoals de gewone kasspintmijt of bonenspint (Tetranychus urticae) en de fruitspintmijt (Panonychus ulmi), maar ook roestmijten en galmijten. Alle stadia van deze prooien worden gegeten. Andere soorten hebben zich op bijvoorbeeld trips als prooi gespecialiseerd. Veel roofmijten kunnen in tijden dat hun prooien schaars zijn, ook tijdelijk overleven op stuifmeel, nectar of schimmels.

Toepassing

In de geïntegreerde fruitteelt is al tientallen jaren bekend dat breedwerkende gewasbeschermingsmiddelen die roofmijten doden kunnen zorgen voor een explosie van fruitspint. Dus het sparen en bevorderen van roofmijten is belangrijk om een goed natuurlijk evenwicht te bewaren. Jonge boomgaarden worden met roofmijten 'geïnoculeerd' door takken uit oude boomgaarden (met daarop roofmijten) uit te hangen in een nieuwe boomgaard.

Een gevarieerde omgeving met struiken en kruiden zorgt er meestal voor dat er ook een populatie roofmijten aanwezig is die plagen van spintmijten kunnen opruimen.

In kasteelten worden al jaren ongeveer 10 soorten roofmijten gekweekt en uitgezet om kasspint, tripsen en varenrouwmuggen te bestrijden. Dat zijn met name Phytoseiulus, Amblyseius en Hypoaspis soorten. Enkele bedrijven hebben zich op die toepassing gespecialiseerd. In proeven blijkt dat de toediening van compost kan helpen om op de bodem levende roofmijten (Hypoaspis soorten) te stimuleren en zo tripsplagen tegen te gaan.

Het belang van roofmijten voor de land- en tuinbouw wordt vaak over het hoofd gezien, totdat een verkeerde gewasbehandeling de roofmijten doodt en andere plagen opeens ongecontroleerd in aantallen toenemen.

Prooien zijn vooral andere mijten, maar ook tripsen en eitjes van andere insectensoorten. Op de bodem levende mijten jagen ook op springstaarten, aaltjes en jonge larven van allerlei bodemorganismen.