Gewas: akkerbouw en groentegewassen (wortel, selderij en peterselie)

Wetenschappelijke naam: Meloidogyne chitwoodi en M.fallax

Groep: Aaltjes

 
 
Schorseneer, kleine plantjes met slechte wortelontwikkeling en knobbels door aantasting van M. chitwoodiSchorseneer, aantasting in november. Niet goed uitgegroeide pennen, ruwe schil en min of meer langwerpige knobbels aan de fijne wortels.

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Maiswortelknobbelaaltjes veroorzaken kleine knobbeltjes op de wortels en knollen van verschillende gewassen. De schade bestaat vooral uit een product met een mindere kwaliteit.

Bij aangetaste aardappelknollen zijn net onder de schil de vrouwelijke aaltjes en de eipakketten zichtbaar.

Levenswijze

De aaltjes overleven op percelen zonder gewas als larve of als eipakket, op percelen met een gewas kunnen de aaltjes in alle stadia overleven. De larven uit het tweede larvestadium tasten wortels van gewassen aan, waardoor de vergroeiingen ontstaan.

Maiswortelkbobbelaaltjes hebben twee tot drie generaties per jaar en hebben een grote waardplantenreeks. In een braakperiode kan een groot deel van de populatie sterven. Deze aaltjes zijn vooral actief bij temperaturen boven de 5 graden.

Aardappelen, wortelen, schorseneren, gladiolen, erwten en dahlia's ondervinden veel schade van maiswortelknobbelaaltjes. De aaltjes hebben een grote waardplantenreeks, die bestaat uit zowel één als tweezaadlobbige gewassen.

Maatregelen
  • zwarte braak, dus zonder groenbemesters en onkruiden.
  • vruchtwisseling met niet waardgewassen zoals witlof, lelie en tulp
  • het telen van resistente groenbemesters. (bladrammenas)