Aardappelen

Magnesiumgebrek Felsina

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Symptomen

Magnesium gebrek in aardappelen komt vooral voor op lichtere gronden, veengrond en lichte zavelgrond in combinatie met een lage pH. Het kan een behoorlijke opbrengstderving veroorzaken. In pootgoed op lichte grond wordt het selecteren moeilijker.

In de loop van het groeiseizoen worden de eerste verschijnselen zichtbaar op de oudere bladeren. Het blad kleurt gelig. Bladrand en randen langs de nerven blijven groen. De verkleurde delen sterven later af waardoor een structuur van onregelmatige blokjes tussen de nerven ontstaat. 

Achtergrondinformatie over Magnesium

Magnesium of Mg is een bouwsteen van het bladgroen in de plant. Een tekort wordt het eerst zichtbaar in de oudste bladeren, die lichtgeel verkleuren waarbij nerven en bladranden groen blijven.

De assimilatie van een gewas met Mg-gebrek blijft achter, het kost dus opbrengst. Aardappelen, maïs en haver zijn gevoelig voor Mg-gebrek.

Magnesiumgebrek komt vooral voor op lichte gronden met een lage pH. Bij een lage pH spoelt de in de grond aanwezige magnesium gemakkelijk uit. De H+ ionen op een grond met een lage pH gaan de opname van de positieve Mg-deeltjes tegen. Ook de slechte ontwikkeling van het wortelstelsel op zure grond is een van de oorzaken van een tekort aan Mg in de plant.

Kleigronden hebben een grote Mg voorraad in de vorm van Mg, dat gebonden is in kleimineralen, deze Mg voorraad komt door mineralisatie geleidelijk vrij. Op zavelgronden met een hoge pH is de kans op Mg gebrek het grootst.

De opname van Mg wordt beïnvloed door de aanwezigheid van andere positieve ionen. Bij een overmaat van K+ (kalium),  NH4+ (ammonium)  en Na+ (natrium) wordt Magnesium slecht door de wortels opgenomen en kan Mg-gebrek optreden ondanks het feit, dat de Mg voorraad in de grond op peil is. Een kalibouwplan bemesting kan dus Mg gebrek tot gevolg hebben. Oude zandgronden, dalgronden en lossgrond moet het magnesium niveau in de bodem op peil gehouden worden door een onderhoudsbemesting. Op maritieme zandgronden en duinzand is dat meestal niet nodig.

Kali-overmaat in grasland kan de oorzaak zijn van te weinig opname van magnesium met kopziekte bij het vee als gevolg. Kopziekte treedt vooral op in het vroege voorjaar en in de herfst bij lagere temperaturen en in eiwitrijk gras.

Maatregelen
  • Mg bemesting volgens bemestingsadvies uitvoeren met een Mg messtof zoals kieseriet.
  • Mg voorziening in de grond op peil houden door het toepassen van magnesium houdende kalkmesstoffen en kalimeststoffen.
  • Bladbespuiting met magnesiumsulfaat of bitterzout.(kans op bladverbranding)
  • Geen kalibouwplanbemesting op percelen, die gevoelig zijn voor Mg gebrek.