Gewas: Diverse gewassen: Lelie

Wetenschappelijke naam: Lily mottle virus  (LMoV)

Groep: Virussen

 
 
Kromgroeien van de stengel bij de plaats van infectieBladvergeling/bladverbruining in lelie

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Als vroeg in het seizoen, vooral in de eerste weken na opkomst van de lelies, veel verspreiding van het leliemozaïekvirus heeft plaatsgevonden, treedt bij geïnfecteerde lelieplanten een snelle vergeling op van de middelste bladeren of de topbladeren.

Deze vergeling wordt vaak gevolgd door paarsverkleuring of verbruining en daarna bladval. Op de stengel zijn vaak bruine strepen te zien. Bij overlangs doorsnijden van de stengels zijn bruine vaten zichtbaar en blijken de stengels vaak hol te zijn. Deze symptomen kunnen bij Orientals worden voorafgegaan door het knijpen van de bladeren, een lichtgroene vlekkerigheid bij de topbladeren en het kromgroeien van de stengel bij de plaats van infectie (zie bovenste foto). Bij Aziaten zijn vaak eerst kortstondig lichtgroene en gele banen op de bladeren te zien. Op de bolschubben komen meestal bruine vlekken voor. De bollen kunnen volledig afsterven.

Bij een aantasting laat in het seizoen worden de symptomen pas het volgende jaar zichtbaar. Bij de nateelt van zieke bollen vertonen de planten mildere bladsymptomen. In Nederland veroorzaakt het leliemozaïekvirus in de bollenteelt en de bloementeelt onder glas andere symptomen.

Levenswijze

Bladvergeling/bladverbruining wordt veroorzaakt door een vroege besmetting van lelieplanten met het leliemozaïekvirus. Het leliemozaïekvirus (draadvormig; potyvirusgroep) wordt door bladluizen op non-persistente wijze overgebracht. Bladvergeling/bladverbruining wordt vooral waargenomen in de snijbloementeelt te velde en in rolkassen, omdat bij deze teeltwijzen vaak geen minerale olie wordt toegepast. Ook bij de export van bollen naar warme landen wordt dit ziektebeeld regelmatig waargenomen.

Maatregelen
  • Uitgaan van virusvrije partijen
  • Gewasbeschermingsmaatregelen gericht tegen nonpersistente virusoverdracht door bladluizen (minerale olie, pyrethroïde) in combinatie met vangstgegevens bladluizen
  • Gewasbeschermende maatregelen tegen bladluizen zoals bladluizenvrije kassen (gaaskas, afgegaasde luchtramen in een kas), insecticiden.
  • Onkruidbeheer (waardplanten bladluizen).