Gewas: Granen

Groep: gebreksziekten

Geen beeld beschikbaar.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Symptomen

Tarwe en haver zijn gevoeliger voor kopergebrek dan rogge en gerst. Verschijnselen zijn het rollen van de bladeren en het ontstaan van witte bladpunten, die later afsterven.

Bij ernstig gebrek komt het gewas niet in de aar. De planten blijven uitlopen en het gewas blijft daardoor langer groen. Aangezien koper niet in de plant verplaatst wordt, zijn de verschijnselen vooral in de laatst gevormde bladeren te zien.

Achtergrondinformatie over Koper

Koper of Cu is van belang bij het aanmaken van onder andere eiwitten, koolhydraten en enzymen in de plant. Vooral granen zijn gevoelig voor kopergebrek.

Ook grassen en uien kunnen verschijnselen vertonen van kopergebrek, overigens zonder dat de opbrengst daar merkbaar onder te lijden heeft. Kopergebrek komt vooral voor in de jongst gevormde bladeren en is te herkennen aan vergeling, verdroging en verwelking van jong blad en het afsterven van bladpunten. Koper wordt in de plant niet verplaatst van eerder gevormd blad naar jong blad. De verschijnselen zijn dus vooral in het jongere blad te zien.

In het verleden kwam kopergebrek regelmatig voor op ontginningsgronden zoals dalgronden en soms ook op zandgrond. Een hoog organische stof gehalte geeft meer kans op kopergebrek. Op kleigrond komt het vrijwel nooit voor. Op veel zandpercelen is het kopergehalte in het verleden verhoogd door het gebruik van koperbevattende spuitmiddelen tegen phytophthora in aardappelen en varkensmest met een hoog koper gehalte. Verhogen van de pH kan kopergebrek tot gevolg hebben. Door middel van grondonderzoek kan het kopergehalte van de grond worden onderzocht. Norm is minstens 4 mg koper per kg droge grond.

Een goede kopervoorziening van het grasland is van belang voor de gezondheid van het vee. Rundvee heeft een relatief hoge koperbehoefte. Doordat vers gras veel ruweiwit bevat is de aanwezige koper moeilijk opneembaar. Een tekort aan koper is herkenbaar aan afwijkingen in het haarkleed en de zogenaamde koperbril, een ring met grijs haar rondom de ogen. Andere symptomen van kopergebrek bij het vee zijn een verminderde eetlust, lagere melkproductie, bloedarmoede, botontkalking. Bij kopergebrek bij het vee wordt onderscheid gemaakt tussen primair gebrek, dat wil zeggen dat het voer te weinig koper bevat en secundair gebrek, dat vooral door verminderde opname van de koper uit het voer wordt veroorzaakt.

Het bemestingsadvies voor koper is bij toestand laag 6 kg per ha en bij vrij laag 2,5 kg per ha. De koperbemesting hoeft niet jaarlijks te worden uitgevoerd. Het advies is voor meerdere jaren geldig.

Maatregelen
  • Grondonderzoek op koper en daar de bemesting op aanpassen.
  • Toepassen van compost als organische messtof.
  • Bemesting met koperhoudende meststof of spuiten van een koperhoudende meststof zoals kopersulfaat of koperoxycloride.