Gewas: Sierteelt, radijs, kool

Wetenschappelijke naam: Mamestra brassicae

Groep: Insecten

 

 

Volwassen Kooluil (Foto R. Coutin / OPIE)Rups van de Kooluil (Foto R. Coutin / OPIE)
 

Eieren Kooluil (Foto R. Coutin / OPIE)Kooluil


Rupsen kooluil


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De kooluil behoort tot de familie van de Noctuidae of nachtuiltjes. De vleugels hebben een spanwijdte van 40 - 50 mm en zijn grijsbruin tot zwart van kleur. Op de vleugel zit een vage ronde vlek en een niervormige vlek met een brokkelige witte omlijning. Kop en borststuk zijn grijsbruin met schorsachtige tekening. De kooluil verschijnt vanaf half mei uit de poppen in de grond, waar ze overwinterd hebben. De vlinder vliegt alleen gedurende de ochtend- en avonduren en overdag houden ze zich schuil in het gewas. De eieren worden in groepjes van 20 tot 30 (oplopend tot 100) in een enkelvoudige laag, maar ook wel apart. Eerst zijn ze doorschijnend, later worden ze bruinzwart. Ze zijn geribbeld. Na 12-18 dagen komen uit de bijna zwarte eieren de rupsen. Deze jonge rupsen zijn geel met een zwart kopkapsel. Na enkele vervellingen zijn de rupsen meestal groen met een donkere streep op de rug en lichtere strepen op de flanken. Na de vijfde vervelling worden de rupsen lichtbruin tot zwart. In eerste instantie blijven de jonge rupsen bij elkaar en vreten aan de rand van de bladeren waarop ze uit het ei zijn gekomen. Na de tweede vervelling verspreiden ze zich over de hele plant en het hele gewas. Een volgroeide rups kan 40 tot 50 mm lang worden.

De rupsen vreten vrij onregelmatige gaten tussen de nerven. De volgroeide rupsen kruipen in de grond om te verpoppen. De tweede generatie verschijnt in augustus en de rupsen daarvan kan men tot laat in de herfst vinden. De rupsen van de kooluil vreten voornamelijk in de kop van de planten aan de jongste bladeren. De zeer jonge rupsjes veroorzaken venstervraat, doordat ze het bovenlaagje van het blad laten zitten. Later vreten ze volledige gaten in de bladeren en stengels. Ze vreten vooral in de kop van de plant of in de gesloten kool, waar ze met uitwerpselen de kool bevuilen. In sluitkool, bloemkool en broccoli wordt de meeste schade veroorzaakt door de uitwerpselen van deze rupsen die zeker in oogstbare gewassen veel overlast veroorzaakt.

Zie voor andere koolrupsen: Koolmot, Klein Koolwitje en Groot Koolwitje.

Levenswijze

Overwintering gebeurt meestal als pop in de grond. Vijf dagen nadat de vlinders uit de pop zijn gekomen en hebben gepaard leggen de vrouwtjes de eerste eieren. Gedurende hun hele leven kunnen ze 400 tot 1000 eieren afzetten. De eieren komen bij 20º C na ongeveer een week uit.

De rupsen vervellen zesmaal. De tweede generatie in de zomer (vanaf half juli) kan zeer omvangrijk zijn en de rupsen daarvan kan men tot laat in de herfst vinden. Deze rupsen vreten zich later dieper in de kool waarna op deze plekken secundair rot kan ontstaan. De volgroeide rupsen kruipen in de grond om te verpoppen. Na 30 dagen begint de verpopping Het popstadium duurt 3 weken.

Maatregelen
  • Bedrijfshygiëne bij een teeltwisseling is van groot belang.
  • Met behulp van vanglampen (lichtval) en feromoonvallen kan de aanwezigheid van motten in een kas snel worden vastgesteld.
  • Insectengaas in de luchtramen is zeer effectief. In de zomer kunnen geen motten van buiten de kas binnenkomen.
  • Stomen van de grond doodt de daar aanwezige poppen.
  • De kooluil kan zowel chemisch als biologisch worden bestreden. Biologische bestrijders zijn sluipwespen en roofwantsen.
  • Rupsen van de kooluil kunnen bestreden worden met biologische bestrijdingsmiddelen, zoals bacteriepreparaten. Deze preparaten bestaan uit sporen en toxinen van de bacterie Bacillus thuringiënsis. In het veld wordt de rups daardoor aangetast en sterft. De rupsen kunnen het best bestreden worden als ze nog jong zijn