Gewas: Loofhoutgewassen

Groep: gebreksziekten

Acer pseudoplatanus links controle, rechts kaligebrekCaryopteris clandonensis, linker twee controle; overige kaligebrek

Cornus alba 'Spaethii' links controle, rechts kaligebrekHydrangea paniculata 'Grandiflora' links controle, rechts kaligebrek

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Symptomen

Gebrek aan kali uit zich vooral in een korter gewas maar het effect is niet bij alle loofhoutgewassen gelijk. De grootste groeiremming treedt op bij Acer, Caryopteris, Cornus, Ginkgo, Hydrangea, Magnolia en Ribes. Kaligebrek uit zich ook in een kleiner blad en is in de loop van de zomer waarneembaar aan de geelverkleurde bladranden en bladpunten onder in de plant. Ook het oudste blad van de jongste scheuten kan worden aangetast. Later worden deze gele randen necrotisch en worden bruin, krullen om en sterven af. Het overige bladgedeelte wordt eveneens geel. Onder in de plant ontstaat in de zomer en herfst een vervroegde bladval.

Bladanalyses

Kaligebrek uit zich grofweg bij een gehalte beneden 10,0 g per kg droge stof.

Voorkomen en genezen

Kali of K speelt een belangrijke rol bij het transport van fotosynthese producten in de plant. Kali is opgelost in het celvocht van gewassen en speelt daarom een belangrijke rol bij de wateropname van de plant en het voorkomen van overmatige verdamping

Ook zorgt kali voor stevige gewassen. Kali is van belang voor de kwaliteit van gewassen: het bevordert de bakkwaliteit van aardappelen en vermindert de gevoeligheid voor stootblauw. Kali overmaat heeft een negatieve invloed op het onderwatergewicht bij zetmeelaardappelen en de sapzuiverheid (winbaarheid) van suikerbieten.

Op zware jonge zeekleigronden komt kali vrij door mineralisatie van kleimineralen, deze gronden kunnen dus kali naleveren. Op rivierkleigronden kan kali vastgelegd worden in moeilijk opneembare verbindingen (kalifixatie). Op lichte gronden is de kali voorraad meestal gering.