Wetenschappelijke naam: Fallopia japonica (Polygonum cuspidatum),  F. sachalinensis en F. x Bohemica)

 Familie: Duizendknoopfamilie (Polygonaceae)

Witte bloem als pluimen vanuit de bladokselsStengelhoek wijzigt op de knopen: flauwe 'zig-zag stengel'
bladJapanse duizendknoop in bloei

Japanse duizendknoop opkomend uit wortelstokkenVegetatief stadium

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Deze soort is overblijvend en wordt 1 tot 3 meter hoog. De bloeitijd is augustus en september. Er zijn drie soorten Aziatische duizendknopen: Japanse (Fallopia japonica), Sachalinse (F. sachalinensis)en Boheemse (F. x Bohemica).

Zij vormt lange, dikke, zich vertakkend wortelstokken. De stengels staan rechtop en zijn fors, buisvormig, blauwgroen of vaak roodachtig van kleur en  bovenaan vertakt. De vorm van de bladeren is breed eirond-driehoekig. Ze voelen leerachtig aan en hebben 4 tot 6 paar zijnerven. Op de bovenste 5 tot 12 cm zijn de bladeren gesteeld, aan de voet recht afgeknot. De bloemen komen als een smalle pluim uit de bovenste bladoksels en zijn wit. De zaden zijn zwart, glanzend.

Levenswijze

De soort komt voor op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige, voedselrijke grond. Tussen 1829 en 1841 zijn de Aziatische duizendknopen (Japanse, Boheemse en Sachalinse) in Nederland ingevoerd als tuinplant. Ze hebben zich vervolgens als tuinplant over de rest van Europa verspreid. Met name vanaf 1950 is de soort zich gaan op grote schaal gaan verwilderen. Waarschijnlijk heeft het  dumpen van tuinafval gezorgd voor de eerste verspreiding van de plant. Tegenwoordig vindt verspreiding met name plaats via met wortelstokken vervuilde grond, via onzorgvuldig maaibeheer waarbij stengeldelen worden verspreid en via dumpen van tuinafval.

Deze invasieve soort wordt als schadelijk beschouwd omdat de plant door de sterke groeikracht een negatief effect heeft op de biodiversiteit. Daarnaast kunnen de wortels schade veroorzaken aan verhardingen, rioleringen, fundering, dijken of taluds van watergangen

Maatregelen
Niet chemisch

De plant is sterk woekerend, en zodra hij gevestigd is, zeer moeilijk te bestrijden. De Japanse duizendknoop is door zijn groeikracht en relatieve ongevoeligheid voor bestrijdingsmiddelen moeilijk te doden op plekken waar hij eenmaal goed gevestigd is (= meer dan 50 stengels). Bestrijding is gebaseerd op een combinatie van methoden en is een meerjarenplan (minimaal drie jaar):

  • maaien en afvoeren: best omstreeks bloeiperiode (augustus tot september) of meermaals per jaar. Opgepast: het maaisel mag niet vermengd worden met gewoon groenafval, daar elk stukje opnieuw kan uitlopen tot een nieuwe kolonie!  Bij meermaals maaien is eenmaal per vier weken maaien in eerste instantie erg effectief: de plant wordt dan gemaaid als er veel energie in nieuwe spruiten is gestopt, maar deze spruiten nog geen energie aan de wortels terug hebben kunnen leveren. Om de plant volledig kwijt te raken zal uiteindelijk elke 14 dagen moeten worden gemaaid.
  • afdekken: best in het begin van de winter door te bedekken met een flexibele, niet-lichtdoorlatende materie. Opgepast: de randen van de oude stengels zijn messcherp en prikken makkelijk door de meeste materialen heen! Niet-flexibele materialen (bv. betonplaten) moeten absoluut glad zijn, want de minste spleet is genoeg om de plaat te doen barsten. Tot op 7 meter van de afdekking kunnen nieuwe scheuten ontstaan, controle blijft nodig.
  • handmatig uittrekken. Dit is een effectieve maar arbeidsintensieve methode en daarom alleen toepasbaar op kleine schaal. Het moet dan wel grondig gebeuren: De wortels kunnen tot 3 meter diep zitten en als je een stukje van 1 cm vergeet komt de plant (weliswaar stukken kleiner) weer terug.
  • Duizendknoop is eetbaar voor schapen, varkens, geiten, runderen en paarden. Dit geldt met name voor jonge scheuten. Uit begrazingsproeven blijkt dat de dichtheid van Japanse duizendknoop wel afneemt, maar niet bestreden wordt.

Chemisch

Producten op basis van glyfosaat kunnen bijdragen aan de bestrijding. Deze producten veroorzaken enkel een verzwakking van de plant en doden deze niet. Toepassing gebeurt via verneveling, bestrijken van verse snoeiwonden of injectie in (pas afgesneden) stengels. Vooral bestrijding tussen half augustus en begin oktober is erg effectief. De plant haalt in het najaar reservevoedsel uit de bladeren terug naar de wortels en neemt dan de glyfosaat mee.

 

Meer informatie