Gewas: Loofhoutgewassen

Groep: gebreksziekten

Acer pseudoplatanus, links controle, rechts ijzergebrekBerberis candidula met ijzergebrek
Caryopteris clandonensis met ijzergebrekChaenomeles superba 'Nicoline met ernstig ijzergebrek

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Symptomen

IJzergebrek uit zich in een korter gewas en is ook te zien aan de bladeren en groeipunten. Een kleiner bladoppervlak leidt tot een korter gewas.

De eerste gebrekssymptomen worden zichtbaar aan de toppen van de scheuten. IJzergebrek kan herkend worden aan de gele bladtekening tussen de nerven. Eerst ontstaan lichter gekleurde vlekjes en deze breiden zich uit tot intensief gele vlakjes tussen de nerven. Alle nerven, dus ook de fijnste, blijven groen. Deze geelverkleuring wordt ook wel chlorose genoemd. Vooral bij zonnig weer in de zomer kan het gele bladmoes verbranden. Later in het groeiseizoen kunnen ook de ondergelegen bladeren lichtgeel worden tussen de nerven. Bij Cytisus is ijzergebrek vooral te herkennen aan het geel verkleuren van de toppen van de scheuten. In een verder stadium kunnen deze gele groeipunten ook afsterven. De lengtegroei van het gewas stopt daarbij en de plant vertakt matig.

Bladanalyses

IJzergebrek uit zich grofweg bij een gehalte beneden 0,12 g per kg droge stof.

Voorkomen en genezen

IJzergebrekssymptomen aan de gewassen worden meestal aangetroffen op gronden, die kalkrijk zijn en een te hoge pH bezitten. Afhankelijk van het gewas en de grond zal boven een pH KC1 van 5,5 à 7,5 ijzergebrek aan het gewas ontstaan. Door kennis van de pH en de kalkrijkdom van de grond alsmede van de eisen van de gewassen, kan een verantwoorde gewassenkeuze worden gemaakt, waardoor zoveel mogelijk ijzergebrek wordt voorkomen. Bovendien is het belangrijk, dat de grond goed is ontwaterd. Op lichte slempgevoelige kleigronden hebben de planten eerder last van ijzergebrek. Wanneer de vochtvoorziening wordt verbeterd door bijvoorbeeld beregening, wordt de beschikbaarheid van ijzer voor het gewas beter.

Het effect van deze beregening is nog groter, wanneer veenprodukten (b.v. 2 à 5 m3 tuinturf per 100 m2) worden opgebracht en doorgemengd. Voor onder andere. Ericaceeën en coniferen is dit tevens positief voor de kluithoudendheid. Bij een hoge pH kunnen zuurreagerende meststoffen worden gebruikt.

Wanneer ijzergebrek wordt verwacht in de vollegrond dan kan voor het planten 5 à 10 g Fe EDDHA (Chel 138 Fe of Librel Fe 80) per m2 met zand worden gemengd, gestrooid en doorgewerkt. Wanneer ijzergebrek wordt waargenomen in het gewas, kan afhankelijk van de aantasting 5 à 10 g Fe EDDHA per m2 worden gegeven. Contact van de ijzermeststof met het gewas moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarom moet de meststof direct na de behandeling van het gewas worden afgespoeld en vervolgens in de grond worden geregend.

Aan de potgrond wordt door de fabrikant ongeveer 20 g Fe DTPA (Chel 330 Fe of Librel Fe DP) per m3 toegevoegd. In het algemeen is dit voor  boomkwekerijgewassen in pot voldoende. Wanneer een begin van ijzergebrek wordt waargenomen is het aan te bevelen om bij te mesten met 2 g Fe EDDHA (Chel 138 Fe of Librel Fe 80) per m2 potten of 20 à 25 g Fe EDDHA per m3 potgrond. Direct na de behandeling moet het gewas goed worden afgespoeld om bladverbranding te voorkomen.