Gewas: Diverse gewassen: Narcis


Wetenschappelijke naam: Merodon equestris

Groep: Insecten

 

 

Eén of meer gangen waar een larve in zitVolwassen Grote narcisvlieg
 

 

Pop en vliegen        Larve van narcisvlieg in Hippeastrum


Larve van narcisvlieg in Hippeastrum

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Na de oogst blijkt dat de bolschijf abnormaal sterk is verkurkt en aan de rand een gaatje vertoont, dat soms pas na verwijdering van enig weefsel zichtbaar is. De bollen zijn vaak minder goed gegroeid en iets donkerder van kleur.

Bij verticaal doorsnijden blijkt dat in de bol één of enkele gangen aanwezig zijn. Deze zijn gevuld met een grauwgekleurde, korrelige massa, waarin een 0,2-1,8 cm lange larve schuil gaat [foto 1]. Meestal is slechts één larve per bol aanwezig, bij gevoelige cultivars soms meer (2 of 3). Het groeipunt van de bol gaat bijna altijd verloren, zodat enkelneuzige bollen na het planten niet opkomen. Bollen die meer groeipunten hebben, kunnen nog enkele zwakke spruiten vormen.

Levenswijze

De volwassen grote narcisvlieg is een zweefvlieg van ca 12-14 mm lang en sterk behaard. Hij lijkt sterk op een hommel (foto 2). Het vrouwtje legt haar eieren vanaf half mei tot eind juni aan de voet van de plant (één ei per plant). Uit de 1,5 mm grote, kalkwitte eieren komen na 10-12 dagen 1,5-2 mm grote larven die zich naar de bolbodem begeven en de bol binnendringen. Vanaf begin juni tot half april kunnen larven in de narcisbol worden aangetroffen: eerst zijn ze 2-3 mm lang en later, aan het eind van de zomer, 9-18 mm. De larven zijn cilindervormig en hebben duidelijke ringen. De aanvankelijk witte larven worden later vuilwit tot lichtbruin van kleur. De bol wordt van binnenuit helemaal opgevreten. De larve verlaat de bol pas in het voorjaar (vanaf begin maart) om zich boven de bol, net onder de grond, te verpoppen. De pop heeft de vorm van de volgroeide larve maar dan met een verharde huid. Zij is 12-15 mm groot en donkergrijs van kleur en ontpopt zich vanaf begin mei tot een volwassen vlieg.

Narcissen, die op beschutte luwe, warm gelegen plaatsen groeien (achter duinen of bossages), lopen meer kans aangetast te worden, dan die op open terrein worden geteeld. De grote narcisvlieg heeft enige voorkeur voor bepaalde cultivars. Zo zijn Tête à Tête en Jack Snipe zeer gevoelig. Bij deze gevoelige cultivars dringen de maden niet alleen via de bolbodem de bol binnen, maar ook via andere plaatsen, zoals de bolneus. Ook komt het voor dat meer dan één larve per bol wordt aangetroffen. Andere waardplanten zijn o.a. Hippeastrum, Cyrtanthus, Sprekelia, Hymenocallis (Ismene), Leucojum, Galtonia, Galanthus en Scilla.

Maatregelen
  • plantgoed jaarlijks een warmwaterbehandeling geven tegen stengelaaltjes;
  • leverbaar een warmwaterbehandeling geven van minimaal 1 uur 45°C. ,Voorkom verspreiding van Fusarium volgens gelende adviezen;
  • geen tweejarige teelt toepassen;
  • bij de teelt in de buurt van bos- en duinranden vanaf half mei tot eind juni 1 x per twee weken het gewas behandelen met een insecticide volgens geldende adviezen;
  • afval van teelt en broei afvoeren of composteren om te voorkomen dat larven ontpoppen tot vliegen;
  • bollen van planten met een zwakke spruit en opslag van narcissen vernietigen;
  • in tuinen en parken zorgen voor een begroeiing met bodembedekkende planten onder narcissen.