Gewas: Freesia

Wetenschappelijke naam: Thrips simplex

Groep: Insecten


 
 
Gladiolentrips:bij Freesia
Gladiolentrips: Volwassen trips        

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Op de bladeren ontstaan zilverachtige vlekjes met zichtbare zwarte puntjes: de uitwerpselen van de trips (foto 1).

Bij zware aantasting gaan de zilverachtige vlekjes in elkaar over en ontstaan er grote vlekken of wordt het blad geheel grijs tot lichtbruin van kleur en sterft de plant vroegtijdig af. Bij vroege aantasting zijn de bladeren misvormd en komt de plant niet goed tot ontwikkeling. Tijdens de zomermaanden kunnen tripsen buiten en in de kas de bladeren en bloemen flink beschadigen.

De bloemen zijn zeer gevoelig voor aantasting. Bloemknoppen openen zich slecht of vertonen op de bloembladen witte vlekjes, die vooral bij donkerkleurige cultivars opvallen (foto 2). Bij de bloementeelt kan trips veel schade opleveren omdat een lichte aantasting de sierwaarde al negatief beïnvloedt.

De knolproductie wordt pas negatief beïnvloed bij een zware aantasting. Tijdens de bewaring ontstaan in het knolvlees vlak onder de huid lichtbruine vlekken (foto 3). Deze vlekken zijn enigszins ruw en soms kleverig van de uitwerpselen van de trips.

Levenswijze

De langwerpige, gevleugelde, zwarte volwassen tripsen (foto 4) en hun bootvormige, witgele larven zijn vooral te vinden tussen de bladeren (bladscheden) en in de bloemknoppen.

Knolaantasting ontstaat bij een warme bewaring boven 9oC na het rooien van de knollen. Tijdens de bewaring komen op de knollen alle stadia, inclusief het gele bootvormige popstadium met vleugelstompjes voor.

Tripsaantasting is op blad en bloem een invalspoort voor de Botrytis-schimmel (vuur). De activiteit van de gladiolentrips is sterk afhankelijk van de temperatuur. Hoe hoger de temperatuur (10-25°C), hoe actiever de trips. Bij een lage temperatuur (lager dan 5°C) gaan deze tripsen en hun eieren dood.

De trips overwintert alleen op knollen in de bewaring en niet buiten op het veld. De tripsen komen met de knollen in de bewaarruimten en gaan met de knollen weer naar het veld.

Maatregelen
  • Te velde en in de kas een bestrijding uitvoeren volgens de geldende adviezen.
  • De gangbare warmwaterbehandeling van kralen ter bestrijding van droogrot is eveneens afdoende tegen tripsen.
  • Een bestrijding uitvoeren volgens geldende adviezen bij knollen en pitten tijdens drogen en prepareren bij 20°C.
  • Na het drogen knollen en pitten gedurende minimaal 6 weken bij een constante temperatuur van 2°C  of 8 weken bij een constante temperatuur van 5°C bewaren.