Gewas: ui, knoflook, prei, asperge en Oxalis

Wetenschappelijke naam: Fusarium oxysporum f.sp. cepea

Groep: Schimmels


 

Aangetast gewas op het veld

Door fusarium aangetaste bolbodems

Wit schimmelpluis op wortels en bolbodemDoorgesneden ui met aan de onderzijde aangetaste rokken



Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Door aantasting van ondergrondse delen kunnen planten wegvallen van het zaailingenstadium tot de oogstperiode. Onder vochtige omstandigheden is er wit tot roze schimmelpluis aanwezig. Bovengronds wordt eerst de tip van het blad geel, later vergeelt en verrot de hele plant. Op de ui veroorzaakt de schimmel bolrot, met name in warme jaren (Foto 1). Op de ui veroorzaakt de schimmel bolrot, met name in warme jaren . Aangetaste wortels worden donkerbruin en verrotten. In een vergevorderd stadium is op de bolbodem wit schimmelpluis zichtbaar (Foto 2,3). Als een geïnfecteerde bol wordt doorgesneden zien de bolbodem en het onderste deel van de rokken er waterig uit (Foto 4).

De ui kan zonder symptomen in bewaring worden genomen, maar dan alsnog gaan verrotten. De verliezen kunnen in de veldperiode oplopen tot 50%, maar de aantasting neemt verder toe in de bewaring.

Levenswijze

De schimmel overleeft met macro- en microconidia (zomersporen) in en op gewasresten en met chlamydosporen (dikwandige rustsporen) in de grond. Met mycelium (schimmeldraden) kan de schimmel ook overleven op wortels van niet-waardgewassen. De optimale bodemtemperatuur voor de ziekte ligt ronde de 25oC. Bij een temperatuur lager dan .15oC Ontstaan nauwelijks symptomen. Vanuit grond of gewasresten worden de wortels aangetast of groeit de schimmel over de wortel naar de bolstoel. Daar begint dan de aantasting van de bol. De bol kan ook rechtstreeks vanuit de grond worden aangetast.

Naast ui worden ook knoflook, prei, asperge en Oxalis aangetast. De ziekte vermeerdert sterkt op Japanse haver en Soedangras.

Maatregelen
  • Een rustperiode van minimaal 10 jaar is nodig om de bodembesmetting voldoende te verlagen om een acceptabele teelt van uien mogelijk te maken.
  • Teelt van zomertarwe, mais en suikerbiet en het inwerken van luzerne gewasresten verlagen de besmetting van de bodem.
  • Telen van tolerante rassen (de bodembesmetting neemt dan nog wel toe).
  • Biologische grondontsmetting verlaagt de aantasting van bolrot.
  • Aangetaste partijen zo kort mogelijk bewaren. Als het toch langer moet, dan bij een temperatuur lager dan 4oC.