Loofhoutgewassen

Acer pseudoplatanus (van links naar rechts) controle en fosfaatgebrekBuddleja davidii links controle, rechts fosfaatgebrek
 
Fosfaatgebrek bij Caryopteris 

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Symptomen

Bij fosfaatgebrek is het gewas sterk gedrongen. De planten zijn veel minder vertakt dan normaal. Het blad is klein en donkergroen en bovendien nog kleiner dan bij stikstofgebrek. In de nazomer wordt het oudste blad onder in de plant geelgroen van kleur. Van deze geelgroene bladeren worden de bladpunten vervolgens necrotisch en sterven later af. Onder in de plant vallen de bladeren zeer vroeg af. Bij sommige gewassen ontstaan in de zomer paarse bladranden, die later, naarmate de herfst nadert, paarsrood worden. Ook deze bladeren vallen in de herfst vroeg af. De gewassen stoppen met hun groei in een te vroeg stadium.

Bladanalyses

Gebrek uit zich grofweg bij een fosfaatgehalte beneden 1,7 g per kg droge stof.

Voorkomen en genezen

Zouten van het voedingselement fosfor worden fosfaten genoemd. Fosfor of P is van belang voor de vorming van essentiële eiwitten in de plant en speelt een rol bij de energieoverdracht, bij de fotosynthese en ademhaling van de plant.

De meeste gewassen zijn erg gevoelig voor een tekort aan fosfor. Het fosfaat, dat in de grond voorkomt is meestal slecht opneembaar voor de gewassen. In gronden met een lage pH, die aluminium en ijzerhoudend zijn, wordt fosfaat vastgelegd. Fosfaat komt op zulke gronden door bekalken beter beschikbaar. Door grondonderzoek vooraf en een aangepaste bemesting kan fosfaatgebrek worden voorkomen.Fosfaat bevordert de beworteling van een gewas en is belangrijk voor een tijdige afrijping. Zaden zijn rijk aan fosfaat, fosfor is dan ook een belangrijk element voor de korrelvorming bij granen en de kolfvulling van maïs.

De wettelijke normen voor fosfaatbemesting worden steeds strenger. Omdat fosfaat bij voorraadbemesting in de grond vaak wordt vastgelegd in niet direct opneembare vorm, is het belangrijk dat vooral fosfaatgevoelige gewassen zoals aardappelen,  een fosfaatgift krijgen aan het begin van het groeiseizoen. Bouwplanbemesting wordt bij lagere fosfaatnormen minder voor de hand liggend. 

Op sommige gronden wordt fosfaat vastgelegd in voor de plant moeilijk opneembare verbindingen, fosfaatfixatie genoemd. Het komt vooral voor op ijzer- en aluminiumrijke gronden met een lage pH en op kalkrijke zeekleigronden. Op fosfaat fixerende gronden moet jaarlijks een fosfaatbemesting worden uitgevoerd, gebaseerd op een analyserapport grondonderzoek.