Gewas: Coniferen

Groep: gebreksziekten

Chamaecyparis lawsonia 'Alumii' (van links naar rechts) controle, fosfaat- en kaligebrek (1e groeiseizoen)Chamaecyparis lawsoniana 'Alumii' (van links naar rechts) controle, fasfaat- en kaligebrek (2e groeiseizoen)

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Symptomen

Bij fosfaatgebrek zijn de planten sterk gedrongen. De zijscheuten zijn kort.

Hierdoor blijft de totale lengte en breedtegroei zeer sterk achter bij die van de normaal bemeste planten. Het gewas is ijl. De kleur van de naalden van het jongste schot is donkergroen. Later worden de naalden lager in de plant grauwgroen van kleur. In de zomer worden deze grauw van kleur. Op het eind van de zomer en herfst verkleuren de naalden midden en onder in de plant bruin en er ontstaat ernstige naaldval. Ook in het tweede groeiseizoen is de naaldval ernstig. De plant wordt onderin en in het midden geheel kaal, waardoor deze waardeloos wordt.

Bladanalyses

De normaal bemeste coniferen, vrij van fosfaatgebrekssymptomen, hadden fosfaatgehaltes van 2,5   4,1 g P per kg droge stof. Gewassen met fosfaatgebrek hadden daarentegen gehaltes van 0,6   1,1 g P.

Voorkomen en genezen

Zouten van het voedingselement fosfor worden fosfaten genoemd. Fosfor of P is van belang voor de vorming van essentiële eiwitten in de plant en speelt een rol bij de energieoverdracht, bij de fotosynthese en ademhaling van de plant.

De meeste gewassen zijn erg gevoelig voor een tekort aan fosfor. Het fosfaat, dat in de grond voorkomt is meestal slecht opneembaar voor de gewassen. In gronden met een lage pH, die aluminium en ijzerhoudend zijn, wordt fosfaat vastgelegd. Fosfaat komt op zulke gronden door bekalken beter beschikbaar. Door grondonderzoek vooraf en een aangepaste bemesting kan fosfaatgebrek worden voorkomen.Fosfaat bevordert de beworteling van een gewas en is belangrijk voor een tijdige afrijping. Zaden zijn rijk aan fosfaat, fosfor is dan ook een belangrijk element voor de korrelvorming bij granen en de kolfvulling van maïs.

De wettelijke normen voor fosfaatbemesting worden steeds strenger. Omdat fosfaat bij voorraadbemesting in de grond vaak wordt vastgelegd in niet direct opneembare vorm, is het belangrijk dat vooral fosfaatgevoelige gewassen zoals aardappelen,  een fosfaatgift krijgen aan het begin van het groeiseizoen. Bouwplanbemesting wordt bij lagere fosfaatnormen minder voor de hand liggend. 

Op sommige gronden wordt fosfaat vastgelegd in voor de plant moeilijk opneembare verbindingen, fosfaatfixatie genoemd. Het komt vooral voor op ijzer- en aluminiumrijke gronden met een lage pH en op kalkrijke zeekleigronden. Op fosfaat fixerende gronden moet jaarlijks een fosfaatbemesting worden uitgevoerd, gebaseerd op een analyserapport grondonderzoek.