Gewas: Diverse gewassen, houtige, kruidachtige en gazons.

Wetenschappelijke naam: :  Melolontha melolontha (Meikever), Amphimallon solstitiale (Junikever) Phylloperta horticola (Rozenkever),

Groep: Insecten

 
 
EngerlingMeikever
 
 
Vraat aan wortelhals door engerlingenJunikever


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright WUR, NVWA (PD), Delphy, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Engerlingen zijn de drie tot vijf cm lange larven van meikevers, junikevers en rozenkevers (groep bladsprietkevers). De meikever larven zijn vuilwit tot lichtgelig van kleur. Engerlingen hebben net als alle keverlarven zes duidelijk zichtbare poten en een duidelijk zichtbare kop met grote kaken. De larven zijn sterk gekromd en hebben een dik, zakvormig achterlijf.

Ze leven ondergronds en vreten aan levende dunne wortels. Dikke wortels worden ontschorst. Planten komen los te liggen en verdrogen. Bij grote dichtheden kan de zode los komen te liggen.

Meikevers zijn 2 tot 3 cm groot en kastanjebruin. De rozenkever is 8 tot 12 mm lang, roodbruin van kleur met een metaalkleurig groen halsschild. De junikever is oranjebruin tot geelbruin van kleur en is over het gehele lichaam behaard (relatief meer in vergelijking met verwante kevers). De junikever bereikt een lichaamslengte van 14 tot 18 millimeter.

Levenswijze

De kevers leggen hun eieren op 10 - 25 cm diepte in humusrijke grond. Na 4 - 6 weken komen de eieren uit. De larven, die uit de eitjes komen ,verblijven drie tot vijf jaar in de bodem voordat ze overgaan in het popstadium. Ze overwinteren in de grond op ± 20 cm diepte in een popwieg. De jonge, wit bepoederde kevers verschijnen eind april, begin mei. Ze vliegen 's avonds na warme dagen. Junikevers komen wat later uit de grond, zoals de naam aangeeft.

De engerlingen van de rozenkever blijven kleiner dan de engerlingen van de meikever en hebben maar een cyclus van een jaar.

In het voorjaar vreten de larven aan ondergrondse plantendelen van zowel grasplanten, vaste planten als jonge heesters en boompjes. Op plaatsen waar engerlingen in grote getalen voorkomen kunnen de larven aanzienlijke schade aanrichten, van losse zode van grasvelden en gazons tot afsterven van vaste planten tot jonge boompjes. Vooral in het oosten van het land wordt regelmatig schade van engerlingen gemeld. Op grasvelden wordt het massaal voorkomen van engerlingen vaak gevolgd door zode beschadiging door kraaiachtigen zoals roeken, die zodestukjes lostrekken om de engerlingen te bemachtigen. De kevers veroorzaken rijpingsvraat aan bladeren.



Maatregelen
  • Zorgen voor goede groeiomstandigheden
  • Natuurlijke vijanden zoals mollen, spitsmuizen, roeken en spreeuwen sparen
  • Aangetaste percelen braak houden en de grond regelmatig bewerken met een cultivator.
  • Waarnemen van meikevers met feromoonvallen.
  • Wegvangen van kevers met bouwlampen in de periode eind april tot begin juni, ’s nachts tussen 23.00 en 3.00 uur. Plaats onder de bouwlamp een grote bak met water met daarin een scheutje afwasmiddel.
  •  Het inzetten van insectenparasitaire aaltje Heterorhabditis bacterophora.  De jonge larven (eerstejaars) worden het best bestreden. Oudere larven van de meikever worden minder goed bestreden.
  • Chemische bestrijding: tegen engerlingen in commerciële teelten zijn geen middelen toegelaten.