Gewas: Eik (Quercus)

Wetenschappelijke naam: Cynips quercusfolii

Groep: Insecten

 
Gallen op eik


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright WUR, NVWA, Delphy, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Cynips quercusfolii is een kleine zwarte galwesp. Zijn larven veroorzaken gallen die zich vormen op de bladeren van sommige soorten eiken. De gallen hebben een diameter van 15 tot 25 mm, zijn glad op Quercus robur of wrattenachtig op Quercus petraea; geelgroen met roze of rood, en later donkerrood en dan bruin met een dikwandige kamer. De gal wordt vaker gezien dan de galwesp. Gallen van juli tot oktober, rijp in augustus.

Levenswijze

Er bestaan meer dan 30 soorten galwespen die op de eik leven. Sommige soorten leggen hun eieren in knoppen en andere op bladeren.

De eikengalwesp heeft twee generaties per jaar. Het vrouwtje zet in de zomer na de paring de eitjes af op de nerven aan de onderkant van de bladeren van de eik. Het blad wordt door het eitje en later door de larve aangezet tot het vormen van een gal, waarin in een kleine ruimte de larve zich ontwikkelt en die zich in de herfst verpopt. In de winter komt uit de pop een vrouwtje dat zich een weg naar buiten vreet en haar onbevruchte eieren in de toppen van de bladknoppen legt. Nu worden 2 tot 3 mm grote, roodharige gallen gevormd. Uit de poppen in deze gallen komen in mei en juni zowel vrouwtjes als mannetjes. Deze wespen zijn kleiner dan de vrouwtjes van de wintergeneratie. Door dit verschil in grootte dacht men vroeger dat het ging om twee verschillende bladwespensoorten.

Maatregelen
  • Minder vatbare (resistente) soorten of rassen gebruiken
  • Zorgen voor goede groeiomstandigheden
  • Meestal is bestrijding niet noodzakelijk