Gewas: Bromelia's

Wetenschappelijke naam: Diaspis bromeliae

Groep: Insecten

 
Diaspsis bromeliae komt eigenlijk alleen in de moerplanten voor

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De Diaspis bromeliae, is Nederland al tientallen jaren een veel voorkomende schildluis in bromelia. Daarnaast komt hij ook op een aantal andere gewassen voor.

Diaspis bromeliae heeft verschillende verschijningsvormen waarvan er twee vaak op het gewas te vinden zijn:

  • de witgrijze tot gele rond tot ovaalvormige schildjes waaronder de jonge vrouwelijke en mannelijke nimfen of volwassen vrouwtjes zich schuilhouden. Bij het oplichten van het schildje kun je het insect zien zitten. Dit insect zit niet aan het schildje vast, dit in tegenstelling tot dopluizen. Het vrouwelijke insect is opvallend geel tot oranje-geel van kleur. Het schildje is semi-transparant, dun en plat, de kleur varieert van wit-grijs tot lichtgeel en heeft een diameter van 1.2 - 2.3 mm.
  • wollige langgerekte insecten bedekt met wit poederachtige was. Dit zijn de oudere mannelijke nimfen, prepop en pop stadium. Mannelijke schildluizen vestigen zich bij elkaar waardoor ze een wollige massa vormen.
Levenswijze

De vrouwtjes leggen eieren onder het schildje. Hieruit komt na ongeveer 10 dagen het eerste nimfe stadium, dat zich lopend verplaatst. Gedurende de eerste dagen verspreiden zij zich over de plant en zoeken een plek om zich te vestigen. Met hun monddelen zuigen ze zich vast aan de plant, waarna ze beginnen met de vorming van een schildje. Het vrouwelijke individu ontwikkelt zich via een tweede nimfenstadium tot adult. De mannelijke nimf in het tweede nimfenstadium begint lange dunne wasdraden te produceren en tevens wit poederachtige was af te scheiden. Er ontstaat een langgerekte witte cocon. Voor hun verdere ontwikkeling maken de mannetjes een prepop- en popstadium door, afgeschermd door de waslaag. Zij hebben inmiddels een meer langgerekte vorm gekregen. De volwassen mannetjes zien er uit als zeer kleine vliegjes. De levenscyclus varieert van 60 tot 120.

De levenscyclus van Diaspis schematisch weergegeven
(1) volwassen vrouwtje met eieren onder schild,
(2) lopende eerste stadium nimfen,
(3) stilzittende eerste stadium nimf,
(4) vrouwelijke tweede stadium nimf met huidje van eerste stadium nimf erop 'vastgeplakt',
(5) volwassen vrouwtje met beide nimfale huidjes in het schild geïntegreerd,
(6) mannelijke tweede stadium nimf met witte poederachtige was en lange wasdraden, waaronder de ontwikkeling in prepop- en popstadium wordt voortgezet,
(7) gevleugeld volwassen mannetje.

Maatregelen
  • Werk hygiënisch.
  • Scout regelmatig het gewas, zodat je al in een vroeg stadium weet waar aantastingen zich bevinden en je met minder chemische middelen toe kan.
  • Er zijn natuurlijke vijanden van deze schildluis zoals parasitaire sluipwespen, bepaalde lieveheersbeestjes en roofkevers, de groene gaasvlieg en insecten parasitaire schimmels.
  • Er bestaan verschillende chemische middelen die je in een combinatie van spuiten en druppelen toepast.