Prooi: trips, varenrouwmug, bollenmijt

 Wetenschappelijke naam: Gaeolaelaps aculeifer

 Groep: Natuurlijke vijanden

Bodemroofmijt Gaeolaelaps aculeifer

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De bodemroofmijt Gaeolaelaps aculeifer is een ondergrondse bestrijder van onder meer trips poppen, eieren, larven en poppen van de varenrouwmug en de bollenmijt.

De roofmijt is vrij groot (tot 1 mm) met een bruin lichaam en bruine poten. Bij het vrouwtje is op het achterste deel van het lichaam een witte streep te zien. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes. Ze bewegen zich erg snel door de grond.

Levenswijze

De vrouwtjes leggen hun eieren, 3-4 per dag, in de grond. De ontwikkeling van ei tot volwassen roofmijt duurt bij 25°C 11 dagen.  Gaeolaelaps heeft een lange levensduur en volwassen roofmijten kunnen 3-4 weken zonder voedsel overleven. Per dag eet hij 8 kleine varenrouwmug poppen of 1 tot 5 trips poppen die van het blad op de grond vallen.

De optimale temperatuur ligt tussen 22°C en 25°C. Bij 10°C stopt de populatieontwikkeling. Bij 32°C is grote kans op sterfte. Gaeolaelaps heeft een voorkeur voor een vochtige omgeving.

Toepassing
De roofmijten worden uitgestrooid op de steenwol pot of op de aarde. G aculeifer zoekt niet alleen oppervlakkig naar voedsel maar gaat ook dieper in de bodem op zoek naar zijn prooi.