Gewas:  Narcis

Wetenschappelijke naam: Stagonosporopsis curtisii

Groep: Schimmels

Narcis bladvlekkenziekte: bruine topjes bij opkomst

Narcis bladvlekkenziekte: ovale oogvlekken met gele strepen er boven of er onder en zwarte vruchtlichamen in de vlekken


 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

 

Herkenning

Bij opkomst van het gewas zijn sommige bladtoppen donkerbruin. Vaak is er een duidelijke, heldergele zone tussen het donkerbruine en het groene bladgedeelte. Soms bestaat het eerste symptoom uit enkele bruine vlekjes aan de top van het blad, die een ovale vorm krijgen en ten slotte samenvloeien. Bij vochtig weer kan de aantasting zich verscheidene centimeters naar beneden op het blad uitbreiden. In het donkerbruine, dode weefsel zijn de vruchtlichaampjes (pycniden) van de schimmel als donkere puntjes met het blote oog nog juist zichtbaar. De dode bladpunten kleven niet aaneen, zoals bij smeul en de aangetaste plek is vaak kleiner dan bij deze ziekte. In de broeierij komt uitsluitend dit ziektebeeld voor.

Bij vochtige weersomstandigheden op het veld ontstaan elders op de bladeren en bloemstelen nieuwe aantastingen, veroorzaakt door sporen uit de vruchtlichaampjes. Deze aantastingen bestaan uit kleine, waterige vlekjes, die snel groter worden en waarvan het centrum eerst geel en later bruin wordt. Zij groeien uit tot de zogenoemde oogvlekken: langgerekte, ovale vlekken met een gelige rand en een bruinrood centrum, waarin vaak ook vruchtlichaampjes zichtbaar zijn. In het blad ontstaan boven de oogvlekken gele strepen , die later bruin worden. Als veel blad is aangetast, kan de plant al vroeg (in juni) afsterven. Bollen van deze planten zijn vaak klein en hebben een minder goede huidkwaliteit (zie huidziek).

Soms vertoont de bloemknop ook symptomen. De knop is dan plaatselijk bruin verkleurd en opent zich niet of geeft een sterk misvormde bloem. Bladvlekkenziekte komt in sommige cultivars in Nederland regelmatig voor, maar wordt vaak niet herkend en abusievelijk toegeschreven aan Engels vuur (Botrytis polyblastis).

Er bestaat een aanzienlijk verschil in gevoeligheid tussen de cultivars. Vatbaar zijn bijvoorbeeld ‘Barrett Browning’, cultivars van N. tazetta en vele kleinbloemige narcissen. De schimmel veroorzaakt ook bij vrijwel alle andere Amaryllidaceae ziekteverschijnselen.

Levenswijze

De schimmel kan overwinteren in aangetast loof, dat op of in de grond achterblijft. Bij éénjarige teelt speelt dit geen rol. Belangrijker is dat de schimmel in leven kan blijven in en op de bolneus en de bruine, vliezige huiden, zonder dat dit aan de kwaliteit van de bollen duidelijk te zien is. De bol vertoont geen kenmerkende symptomen van aantasting, behalve als koprot ontstaat. Tijdens het uitgroeien van de spruit worden de bladtoppen vanuit de bol aangetast.

Maatregelen
  • plantgoed een warmwaterbehandeling geven van 2 uur bij 43,5-45°C, daarbij verspreiding van schimmelsporen voorkomen volgens geldende adviezen;

  • gezond uitgangsmateriaal gebruiken;

  • bij twijfelgevallen of vatbare cultivars, die voor de broei of potcultuur gebruikt worden, de bollen ontsmetten volgens geldende adviezen;

  • op het veld bij het waarnemen van de ziekte het gewas behandelen met een fungicide volgens geldende adviezen.