Gewas: Tulp

Wetenschappelijke naam: Dysaphis tulipae (grijze bollenluis), Aulacortum circumflex (gevlekte bladluis), Myzus persicae (groene perzikluis), Aphis fabae (zwarte bonenluis)

Groep: Insecten

 
 
Bladluis tulp: spruit met bladluis Bladluis tulp: groene perzikluis

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Tijdens de bewaring ontstaan op de bollen rode of bruinachtige vlekken van enkel millimeters doorsnede. Aangetaste bollen worden kleverig door de honingdauw die de bladluizen uitscheiden.

Dikwijls worden de bollen dan zwart door de schimmels die zich op de honingdauw vestigen (roetdauw). De bladluizen zijn te vinden op de buitenste bolrok, vooral rond de top van de bol en op plaatsen waar de bruine huid los zit of ontbreekt. Op eventueel tijdens de bewaring uitgelopen spruiten kunnen grote aantallen bladluizen voorkomen. Het gevolg kan zijn de dat het bovenste deel van het onderste loofblad na opkomst misvormingen vertoont.

Wanneer tulpen in de kas of  te velde door bladluizen worden aangetast, kunnen op de bladeren gele, ronde vlekken ontstaan. Bij ernstige aantasting is het blad misvormd.

Levenswijze

In de meeste gevallen blijft directe schade door bladluizen beperkt. Belangrijker is de indirecte schade die kan ontstaan door het verspreiden van virusziekten.

Tulpen kunnen op verschillende momenten door verschillende bladluizen worden aangetast. Tijdens de bewaring kunnen de bollen door o.a. grijze bladluizen worden aangetast. In kassen vindt de aantasting plaats door o.a. gevlekte bladluizen, en te velde door zwarte bonenluizen en groene perzikluizen (foto).

Na het rooien kunnen bladluizen op de bollen terechtkomen als ze enige tijd buiten staan. In de schuur vermeerderen luizen zich vooral op bollen die boven ca. 5 graden C worden bewaard. Bij gekoelde bollen komen ze zelden voor omdat de vermenigvuldiging door de lage temperatuur te langzaam gaat.

Bladluizen kunnen zich ongeslachtelijk voortplanten waarbij ongevleugelde en onder bepaalde omstandigheden (o.a. bij hoge populatiedichtheid) gevleugelde vrouwelijke luizen kunnen ontstaan. De gevleugelde luizen verlaten vanaf eind april/begin mei het gewas om elders kolonies te vormen.

Maatregelen
  • zorgen dat de schuur vóórdat de rooitijd begint, opgeruimd en schoon is;
  • gerooide bollen niet afdekken met bladeren van onkruiden of van bolgewassen;
  • bollen niet langer buiten laten staan dan noodzakelijk is;
  • ventilatieopeningen van de bewaarruimte afdekken met luizengaas
  • in de schuur en in de kas tijdig een luizenbestrijding toepassen volgens geldende adviezen;
  • in het veld, indien kolonievorming wordt waargenomen, ter voorkoming van directe zuigschade de bladluizen bestrijden volgens geldende adviezen.
  • voer in het veld, tegen verspreiding van virus door vliegende bladluizen, gewasbespuitingen uit tegen bladluizen met insecticiden of tegen virusoverdracht (minerale olie) volgens geldende adviezen.