Gewas: Beuk (Fagus sylvatica)

Wetenschappelijke naam: Mikiola fagi

Groep: Galmuggen

Gallen van M. fagi op beukenbladGallen van M. fagi op beukenbladeren


Klik op de afbeelding voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo


Herkenning
Deze gallen komen uitsluitend voor op beuken. De gallen zitten op de bovenkant van het blad, zijn hard, eivormig en glad en hebben een spitse punt. De gallen zijn ca. 5-10 mm hoog, zijn op de nerven vastgehecht en komen vaak in groepjes voor op een blad. De gal is eerst groen of groengeel en kan later rood verkleuren. Bij een bruine beuk zijn de gallen donkerpaars. Aan de onderkant van het blad heeft de gal een kleine puntige uitstulping met een kleine opening daarin. Elke gal bevat één witte larve.
Levenswijze

Wanneer de larve volgroeid is, in het najaar, valt de gal van het blad en de larve sluit het gaatje aan de onderkant met spinsel. De larve overwintert in de gal en verpopt zich in het voorjaar. Na een kort popstadium verschijnen de volwassen galmuggen (4-5 mm lang) eind maart, begin april uit de gal. Zij paren en de vrouwtjes leggen eieren op de knoppen van beukenblad. De jonge larven die daar uit komen gaan rond de nerven aan het zich ontwikkelende blad zuigen. Als reactie op de stoffen die de larve bij het zuigen uitscheidt, ontstaat zich vanaf het voorjaar een gal op het blad waarin de larve zich verder ontwikkelt. De beukengalmug heeft één generatie per jaar.

Maatregelen

Niet van toepassing