Gewas: Appel, Peer, Kwee

Wetenschappelijke naam: Anthonomus pomorum

Groep: Insecten

 
 
Volwassen appelbloesemkever: donkerbruin met V-vormige band op de dekschilden Kappertjes, bruin geworden niet ontplooide kroonbladeren van de bloemen
 
 
De ontwikkelende larve vreet de meeldraden en de stamper weg en verpopt zich in het kappertjeEen appelbloesemkeverlarve met een parasietlarve van de sluipwesp Scambus pomorum


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Appelbloesemkever is een insect dat opvallende aantasting geeft, maar die aantasting hoeft niet altijd tot economische schade te leiden.

In jaren met een overvloedige bloei en zetting kan aantasting door appelbloesemkever getolereerd worden vanwege het dunnende effect. In jaren met weinig bloesem kan aantasting door appelbloesemkever ineens desastreus zijn. Aantasting wordt tijdens de bloei zichtbaar in het ontstaan van kappertjes: bruine, gesloten blijvende bloemen, waarin de larve van de kever zit. Op zonnige dagen in het voorjaar, ten tijde van het schuivings- en muizenoorstadium, is de aanwezigheid van appelbloesemkever te bepalen met een klopnet. De kever heeft een typische zilverachtige V-vorm op zijn dekschilden. Wanneer kevers aanwezig zijn, is dat vaak te zien aan aangeprikte knoppen door rijpingsvreterij of eileg.

Levenswijze

De appelbloesemkever overwintert als volwassen kever. Hij kruipt weg achter de schors, in spleten van boompalen of in begroeiing in de directe omgeving van de boomgaard. Al vanaf eind juli gaat de appelbloesemkever in rust. Eind februari, wanneer de temperatuur enkele dagen boven 12 °C is, komen de kevers te voorschijn. Ze zoeken dan de rassen op die het verst in hun ontwikkeling zijn en prikken de gemengde knoppen aan. Dit noemen we rijpingsvreterij. De vrouwtjes hebben dit nodig voordat hun ovaria ontwikkelen. Pas na enkele dagen gaan de kevers over tot paring en begint de eileg. Het vrouwtje van appelbloesemkever prikt een gat dwars door de knopschubben en bloemblaadjes heen tot bij de bloembodem. Door dit `gangetje' wordt een rond, wit eitje gelegd. De jonge larve die daaruit ontwikkelt, voedt zich met alles wat zich in de knop bevindt. De ontwikkeling van de bloemknop is dan in het roze knop stadium of ballonstadium. Hier stopt de ontwikkeling en verkleuren de nog gesloten bloemblaadjes bruin, zodat de zogenaamde kappertjes ontstaan. In de dode bloem verpopt zich de larve en na enkele weken kruipt een volwassen appelbloesemkever uit de bloem. In juni en juli voedt deze zich met jong blad, wat zichtbaar is aan venstervraat in de scheuttoppen.

Maatregelen

Of een bestrijding uitgevoerd moet worden, hangt af van de verwachte bloeirijkdom en van de mate van voorkomen van appelbloesemkever. De aantasting in het voorgaande jaar is daarvoor een goede maat. Het is dan ook aan te bevelen om na de bloei, als de kappertjes goed zichtbaar zijn, de mate van aantasting per perceel te noteren. In het voorjaar kan de aanwezigheid van kevers met klopmonsters bepaald worden. Klopmonsters kunnen het beste op het warmste moment van de dag genomen worden, dan zijn de kevers het meest actief. Een vuistregel is om bij meer dan 20 kevers per 100 kloppen een bestrijding uit te voeren. Door regelmatig aangeprikte knoppen uiteen te rafelen kan nagegaan worden of de eerste eileg heeft plaatsgevonden. Dat is, bij voldoende hoge temperatuur, het beste moment om een bestrijding uit te voeren. De meeste kevers zullen op dat moment uit winterrust zijn, terwijl eileg grotendeels nog moet plaatsvinden. Meer informatie over chemische gewasbeschermingsmiddelen is te vinden op de website van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen en Biociden https://toelatingen.ctgb.nl/;