Gewas: Appel, Peer

Wetenschappelijke naam: Dasineura mali en Dasineura pyri

Groep: Insecten  

 
 
Rode eieren van de bladgalmug in het scheuttopjeOpengemaakte bladgal met geelrode larven
 
 
Appelscheuten met bruine oude bladgallen        Zwarte bladgallen van de perenbladgalmug in peer

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De appelbladgalmug en de perenbladgalmug kunnen soms in jonge aanplanten en in de vruchtboomkwekerij aantasting veroorzaken. Bladgalmuggen zijn kleine muggen, 2 mm lang, die in de scheuttoppen hun eieren afzetten.

Schade ontstaat doordat de jonge larven aan de epidermis zuigen, waardoor de bladeren niet uitvouwen, maar bladgallen ontstaan waarin de larven verscholen zitten. De bladgallen zijn eerst rood, later verkleuren ze bruin/zwart en verdrogen ze. Bij ernstige aantasting vindt verstoring van de groei plaats, in boomgaarden worden bladgalmuggen meestal niet als een plaag ervaren. De larven zitten in de gal en zijn eerst doorschijnend wit en later geelrood (appelbladgalmug) of wit (perenbladgalmug).

Levenswijze

De levenscylcus van de beide galmugsoorten is gelijk. Er zijn drie generaties per jaar, in warme zomers is er een gedeeltelijke vierde generatie. De galmug overwintert als larve in een cocon in de grond. In april verpopt de larve en vanaf begin mei komen de volwassen mugjes te voorschijn en beginnen met eileg in de scheuttoppen. Ze leggen de kleine rode eieren bij elkaar in het groeitopje. In drie tot vijf dagen ontwikkelen de eieren tot jonge larven die zich verschuilen onder de opgevouwen bladranden van de jonge blaadjes. In twee tot drie weken zijn de larven volgroeid en laten ze zich op de grond vallen om te verpoppen in gesponnen cocons in de grond. Soms vindt verpopping in de bladgal plaats. Na enkele weken verschijnen de volwassen mugjes weer. De generaties volgen elkaar op zodat de hele zomer en herfst larven in de bladgallen aanwezig zijn. Vanaf november, dus net voor de bladval, laten de larven van de derde generatie zich op de grond vallen om in een cocon te overwinteren.

Maatregelen

In oudere boomgaarden vormen bladgalmuggen nauwelijks een probleem, aangezien er natuurlijke bestrijding door oorwormen, roofwantsen, sluipwespen en andere natuurlijke vijanden plaatsvindt. Chemische bestrijding is daar meestal niet nodig. In jonge aanplanten of in de vruchtboomkwekerij kan de bladgalmug wel een plaag vormen. Er zijn echter geen specifieke middelen tegen appelbladgalmug beschikbaar. Mogelijk werken een aantal toegelaten insecticiden ook tegen appelbladgalmug. Bestrijding heeft het grootste effect op de eerste generatie larven in mei/juni. De perenbladgalmug hoeft nooit bestreden te worden.