Gewas: Sierteelt

Wetenschappelijke naam: Cacoecimorpha pronubana

Groep: Insecten

    Mannetje en vrouwtje van de anjerbladroller (foto van Frankenhuyzen)


Rups van anjerbladroller


Imago


Klik op de afbeelding voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo


Herkenning
 Na het uitkomen van de eieren kruipen de larven of worden door de wind verplaatst naar de jonge groeipunten of bloemen, waar ze zijdedraden spinnen rond de bovenste bladeren of bloembladen. De rupsen hebben een olijf- tot helder- of geelgroene kleur met een aanvankelijk zwarte kop die later verkleurt tot geelbruin met donkere vlekken. De rupsen van de anjerbladroller eten aan de bovenkant, waardoor gaten ontstaan. Uiteindelijk, in hun derde ontwikkelingsstadium, hebben ze het gehele blad aangetast en ingesponnen met een dichte massa van zijdedraden. De larven verbergen zich in opgerolde bladeren, groeipunten of bloemen die samengesponnen zijn. De anjerbladroller is te herkennen aan de contrasterende kleuren van de voorvleugels (geel tot paarskleurig met bij de vrouwtjes één donkerbruine band en bij de mannetjes twee rode banden) en achtervleugels (helderoranje). Dit kleurenpatroon is vooral goed waar te nemen bij de vliegende mannetjes.
Levenswijze

De anjerbladroller overwintert als rups, maar kan slecht tegen lage temperaturen en overleeft een koude winter niet. In kassen kan de rups wel overleven. Vanaf april komen de eerste motjes in de kassen voor. Er volgen dan ongeveer 5 generaties. Bij een temperatuur van 30º C is de ontwikkelingsduur van ei tot volwassen bladroller slechts 35 dagen, bij 15º C is dat 135 dagen. Mannelijke anjerbladrollers zijn goede vliegers die overdag actief zijn, in tegenstelling tot de meeste bladrollers, die vooral in de avondschemering en ’s nachts vliegen. De vrouwtjes kunnen niet erg goed vliegen en leggen slechts kleine afstanden af. Een vrouwelijke anjerbladroller kan tot wel 700 eieren leggen die in groepjes van 10-200 aan de bovenkant van bladeren en ook wel op opstanden van de kas worden afgezet. De eieren zijn eerst lichtgroen van kleur, later worden ze geel. Ze hebben een afgeplatte ovale tot ronde vorm.

Maatregelen
  • De rupsen zijn moeilijk te bestrijden door hun verborgen levenswijze
  • Biologisch bestrijding is mogelijk
  • Door feromoonvallen kunnen mannetjes van bladrollers worden gevangen, waardoor kan worden aangetoond of bladrollers actief zijn of niet. Het werkt niet als bestrijdingsmethode
  • Insectenetende vogels zoals kool- en pimpelmezen broeden graag in nestkasten, zodat ze gemakkelijk naar de kwekerij zijn te lokken. Insectenetende vogels leveren vooral in de broedtijd, mei en juni, een belangrijke bijdrage aan de bestrijding van rupsen