Een biologisch product is alleen biologisch als de biologische kwaliteit van alle stappen in de keten 'van zaadje tot karbonadetje in de winkel' aantoonbaar is. Dat principe is vastgelegd in de regelgeving en certificering (hoofdstuk 5), Ieder bedrijf in de keten moet dus biologisch gecertificeerd zijn, van de leverancier van uitgangsmaterialen en de teler/veehouder (primaire bedrijven), de verwerker, de vervoerder, de groothandel tot de retailer (winkel, supermarkt). Ook de verplaatsing van producten tussen de schakels in de keten moet aan voorwaarden voldoen. Dit keten-principe is heel belangrijk voor de biologische sector. 

Dit werkt door in de manier waarop de sector is georganiseerd: de verschillende schakels in de keten hebben eigen organisaties binnen één biologische koepel. Daarbinnen werken de verschillende schakels in de keten samen en worden afspraken gemaakt.

Dit keten-principe bepaalt mede het 'verdienmodel' van biologische primaire (landbouw-)bedrijven. Biologische bedrijven kunnen alleen bestaan binnen een 'bio-markt' waar uiteindelijk consumenten bereid zijn voor biologische producten iets extra's te betalen. Die 'bio-markt' bepaalt de noodzaak tot en bereidheid tot samenwerking binnen en tussen de schakels in de keten. Binnen die 'bio-markt' opereren ook in de biologische sector de bedrijven  in concurrentie. 

Heel belangrijk voor een biologisch bedrijf zijn openheid voor de omgeving, transparantie, goed inspelen op de snel groeiende en veranderende bio-markt en bereidheid tot innovatie. De biologische landbouw kan groeien omdat agrariërs biologisch zien als goed alternatief voor de gangbare landbouw. Dat lukt alleen als consumenten dat ook zo zien en dus biologische producten willen kopen tegen een (iets) hogere prijs. De biologische landbouw moet dan wel steeds voorop blijven lopen in het bieden van een alternatief en dat ook uitstralen (goede communicatie). Doen we dat niet dan wordt de biologische landbouw snel minder onderscheidend, want ook in de gangbare omgeving gaan de ontwikkelingen verder en profileren bedrijven zich met duurzaamheidsclaims, ook met eigen keurmerken.

Voor de komende jaren wordt heel belangrijk om duidelijk positie te kiezen in de grote transities die het landbouw- en voedselsysteem gaat doormaken als gevolg van de grote uitdagingen waarvoor we staan: klimaat, stikstof-crisis, biodiversiteit, voedselzekerheid, dierenwelzijn, leegloop van het platteland, ....... . De landbouw wordt in de bredere maatschappij en in de politiek steeds meer als een probleem gezien. De biologische sector moet uitstralen dat zij deel is van de oplossing, niet van het probleem.  De huidige minister kiest voor doorontwikkelen van de landbouw naar kringlooplandbouw, met zoveel mogelijk gesloten kringlopen en vergaand terugdringen van voedselverspilling. Dat past heel goed bij waar de biologische sector al veel langer voor staat. Daarop goed inspelen bepaalt mede het perspectief voor de biologische landbouw, en alle bedrijven in die sector, in de nabije toekomst. Dat geldt ook voor het perspectief van natuurinclusieve landbouw.  De Europese Commissie kiest met haar Farm-to-Fork strategie voor een vergaande verduurzaming van de Europese landbouw, en daar krijgt de biologische landbouw een stevige rol in, met de doelstelling van 25% biologisch areaal in 2030. Dat biedt kansen voor biologische bedrijven die deze uitdagingen oppakken en dat ook duidelijk communiceren, zich echt laten zien als 'deel van de oplossing'. 


Verdieping

over kringloop en benutting van reststromen