Biologische producten zijn te herkennen aan het 'groene blaadje': het Europese keurmerk dat vanaf 1 juli 2012 op alle verpakte biologische voeding moet staan. Het 'groene blaadje' - dat overigens ook in zwart of  wit afgedrukt mag worden - betekent dat het product voldoet aan de wettelijke eisen voor biologische productie, en dat een strenge controle plaatsvindt door een onafhankelijke organisatie die daartoe door de overheid is aangewezen (zie paragraaf 5.1). In Nederland is dat Skal biocontrole, maar geïmporteerde producten kunnen ook door een andere instantie zijn gecontroleerd. Bepalend is wie de laatste handeling verricht aan het product zoals dat wordt verkocht. Wordt bij voorbeeld biologische melk uit Denemarken geïmporteerd maar in Nederland verpakt, dan moet het verwerkende Nederlandse bedrijf Skal-gecertificeerd zijn, en dat staat ook op de verpakking. Maar wordt bij voorbeeld appelsap in Duitsland gebotteld en kant en klaar geïmporteerd dat staat een door een Duitse organisatie gecontroleerd bedrijf op de verpakking. In al deze gevallen is de betekenis van het 'groene blaadje' hetzelfde in de hele EU. 

Het ‘groene blaadje’ is een ‘sterk merk’: het heeft een wettelijke grondslag, en de certificering (wie mag zijn producten biologisch noemen ?), het toezicht en de handhaving zijn wettelijk geregeld.

Het 'groene blaadje' neemt sinds 2012 de plaats in van het al langer bestaande en vertrouwde EKO-keurmerk. Dit keurmerk is nog steeds op Nederlandse verpakkingen te zien en is nu een herkenningsteken voor biologische producten van bedrijven die zich extra inspannen op duurzaamheidsgebied en op het principe ‘Sociaal en eerlijk’. Het is nu een privaat merk dat door de Stichting Ekokeurmerk wordt uitgegeven. Het EKO-keurmerk komt nu altijd naast het ‘groene blaadje’, nooit in de plaats van … Alleen met ook het ‘groene blaadje’ op een product is dit dus gegarandeerd biologisch.

Het Demeter-keurmerk is het keurmerk voor de biologisch-dynamische (BD) landbouw. De BD-landbouw is gebaseerd op de idee dat alles met alles samenhangt: de levende bodem, de planten en hun vitaliteit, het vee dat naar zijn aard wordt gehouden, de natuurlijke omgeving, de mens zelf en de omringende cosmos. Voor de BD-landbouw gelden alle regels voor de biologische landbouw, maar hij voldoet daarbovenop aan eisen die nog strenger zijn dan voor de biologische landbouw. In 2018 was 7,1% van de biologische bedrijven een BD-bedrijf; zij werkten op 10% van de biologisch bewerkte grond. Het aantal BD-bedrijven groeit nog steeds. Het keurmerk wordt uitgegeven door de Stichting Demeter. Naast het demeter-keurmerk moet altijd ook het ‘groene blaadje’ op het product staan.


verdieping EKO-keurmerk

Het EKO-keurmerk is er voor biologische bedrijven die willen laten zien dat zij de lat nog hoger leggen dan wat biologische landbouw al vereist. Het is een privaat keurmerk, uitgegeven door de Stichting EKO-keurmerk. Transparantie over wat de ondernemer (extra) doet op gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen richting klanten en andere betrokkenen is het primaire doel. Hij maakt daarvoor zijn (extra) duurzaamheidsprestaties zichtbaar op 8 thema's. Bij ieder thema is een ambitie geformuleerd, en bij die ambitie een aantal mogelijke maatregelen om die te bereiken. Die maatregelen vormen een 'peilstok', een set criteria waaraan een bedrijf al wel of nog niet voldoet. Op ieder thema wordt de peilstok ingevuld: wat doet het bedrijf al, en welke zijn de ontwikkel- en verbeterpunten ? Een bedrijf hoeft voor het keurmerk niet aan al deze criteria te voldoen; het gaat om 'zichtbaar maken' dat aan de ambitie wordt gewerkt.

De thema's zijn:

  1. kringloop: naar 100% biologische meststoffen, zoveel mogelijk sluiten van kringlopen, bij voorbeeld: een gemengde bedrijfsvoering (op het bedrijf of in samenwerking), in de akkerbouw minimaal 80% mest van de A-lijst (zie hoofdstuk 3), hergebruik van reststromen.
  2. bodem: extra aandacht voor bodemvruchtbaarheid en bodemstructuur, bij voorbeeld:inzet van groenbemesters en vlinderbloemigen, inzet op behoud en opbouw van bodemorganische stof, evenwichtsbemesting.
  3. uitgangsmateriaal: toegroeien naar 100% biologisch uitgangsmateriaal, bij voorbeeld: gebruik van eigen zaaigoed, geen gebruik van hybride gewassen.
  4. biodiversiteit en natuur en landschap: biodiversiteit en landschappelijke waarde versterken, bij voorbeeld: minimaal 5% natuur- en landschapselementen op het areaal, akkerranden inzetten voor functionele biodiversiteit (zie wiki Natuurinclusieve landbouw), natuurvriendelijk beheer van slootkanten.
  5. puur en schoon: terugdringen water- en middelengebruik, bij voorbeeld: gebruik van waterzuivering (helofytenfilter), minder middelengebruik dan volgens SKAL-normen toegestaan, minst milieubelastende schoonmaakmiddelen.
  6. dierenwelzijn en diergezondheid: maximaal gezonde dieren, optimaliseren van dierenwelzijn, bij voorbeeld: minder antibiotica dan toegestaan, niet onthoornen en couperen, kortere transporttijden van levende dieren.
  7. energie en klimaat: minder energieverbruik, naar klimaatneutraal ondernemen, bij voorbeeld: deels eigen energie-opwekking, vastleggen CO2 in de bodem (sequestratie).
  8. sociaal en eerlijk: sociaal w.b. arbeid, eerlijke prijs in de keten, bij voorbeeld: alle arbeid volgens CAO, minimaal 3% loonsom voor bijscholing, directe verkoop aan klanten.

Het EKO-keurmerk wordt ook uitgegeven voor bedrijven in de biologische verwerking en handel. Hiervoor geldt een eigen set thema's en criteria.

Certificering kan worden aangevraagd bij de Stichting EKO-keurmerk. Bij registratie wordt een profiel opgemaakt (peilstok) en worden ambities en verbeterpunten bepaald. Na registratie vindt een controle plaats en wordt bepaald of aan de voorwaarden van het keurmerk wordt voldaan. Bij toelating wordt de licentie verstrekt en ontvangt de ondernemer promotie-materiaal en toegang tot gebruik van het EKO-logo. Er is geen wacht- of omschakelperiode.


brochure EKO-keurmerk voor agrarische bedrijven





Verdieping Demeter-keurmerk

Het Demeter keurmerk is het keurmerk van bedrijven die werken volgens de uitgangspunten van de biologisch-dynamische landbouw. Om als BD verkocht te mogen worden moeten de primaire productie en de verwerking onder het Demeter keurmerk plaatsvinden. Het is een privaatrechtelijk geregistreerd merk. Het merk is internationaal. Demeter International is de eigenaar van het merk; nationale Demeter certificeringsorganisaties voeren de certificatie en de controle van licentiehouders uit. Voor Nederland en Vlaanderen is dat de Stichting Demeter.

De voorwaarden voor certificatie zijn afgeleid van de principes van de BD - Landbouw (zie hoofdstuk 1) en de specifieke regels voor de BD-productie, plantaardig en dierlijk (zie de paragrafen 3.0 en 4.0). Alleen reeds als biologisch gecertificeerde bedrijven kunnen omschakelen (eigenlijk: doorschakelen) naar BD. De aanvraag voor een licentie wordt gedaan bij de Stichting Demeter, op basis van een omschakelplan. De Demeter Licentie Commissie beoordeelt dit plan. Daarvoor vindt een bedrijfsbezoek plaats. Indien goedgekeurd wordt een licentieovereenkomst aangegaan op basis van de omschakelpunten in dit plan. Daarmee gaat een omschakelperiode in van minimaal één jaar. Daarna vindt een certificatie-onderzoek plaats. Als ook dat een positief resultaat laat zien volgt certificatie als BD-bedrijf. Een gecertificeerd bedrijf moet aan alle voorwaarden blijven voldoen. Daarom vindt geregelde controle plaats, en is ontnemen van het certificaat mogelijk als niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.

Bijzonder is dat, anders dan bij de SKAL-certificering, eisen worden gesteld aan de kennis van de aanvrager. Hij moet kunnen aantonen op de hoogte te zijn van de achtergrond van de BD-landbouw, Dat kan op drie manieren: door een afgeronde opleiding aan het Warmonderhof (Aeres MBO Dronten), aantoonbare en relevante bedrijfservaring op een BD-bedrijf of volgen van de Demeter Doorschakelcursus. Er is ook aandacht voor de doorgaande kennisontwikkeling van de BD-boeren. Dat gaat onder meer met Collegiale Toetsing: in kleine groepen bezoeken boeren elkaars bedrijf onder begeleiding van een coach.

brochure voorwaarden Demeter keurmerk


Andere keurmerken

Naast het biologisch keurmerk zijn er andere keurmerken, die garanderen dat het product aan bepaalde waarden of standaarden voldoet. Op eenzelfde product kunnen, naast het biologisch keurmerk, nog één of meer andere keurmerken staan. Voor de consument niet altijd even duidelijk, omdat de standaarden voor het biologisch keurmerk en sommige andere keurmerken elkaar deels overlappen, en het biologisch keurmerk voor de consumenten minden bekend en herkenbaar is dan sommige private (niet door de overheid bepaalde) keurmerken. Zie hiervoor verder paragraaf 1.3.2.

Fairtrade staat voor eerlijke handel. Dit kan zowel voor biologische als niet-biologische producten gelden. Een product kan dus zowel een biologisch als een fair trade – keurmerk hebben. 

Belangrijk is ook het Beter leven keurmerk. Dit biedt consumenten duidelijkheid over de kwaliteit van leven dat landbouwhuisdieren in de opeenvolgende stappen naar het product hebben gehad. Die kwaliteit wordt aangegeven met één, twee of drie sterren. Het Beter Leven keurmerk is een ketenkeurmerk. Dit betekent dat alle bedrijven in de productieketen, van primair bedrijf tot retail/foodservice, moeten deelnemen aan het keurmerk. Om Beter Leven producten te kunnen ontvangen, verwerken en/of af te leveren dienen de leveranciers en afnemers van een bedrijf door de Stichting Beter Leven keurmerk te zijn goedgekeurd voor de bijbehorende Beter Leven score (diersoort en aantal sterren). 

Biologische producten krijgen altijd drie sterren. Daarvoor is geen afzonderlijke certificering voor het Beter leven - keurmerk nodig: het certificaat ‘biologisch’ is genoeg. Wel moet het product bij de Stichting Beter Leven zijn aangemeld om het keurmerk te mogen dragen.

Een nieuw keurmerk is Planetproof'‘On the way to PlanetProof’ is per 2019 de nieuwe en internationale naam voor Milieukeur agro/food producten. Om dit keurmerk te mogen voeren moeten producenten voldoen aan extra eisen op zes gebieden: Bodem, Landschap & biodiversiteit, Water, Energie, Productie & consumptie, Klimaat en Diergezondheid en -welzijn. Ook PlanetProof werkt met aanwezen (private) certificerende organisaties. Anders dan het biologische keurmerk is certificatie niet gebaseerd op een serie standaarden waaraan in ieder geval moet zijn voldaan, maar op een reeks keuzemaatregelen bij elk van de zes gebieden. Per keuzemaatregel kunnen er plus- en minpunten worden gescoord (bonus- en maluspunten). De optelsom van plussen en minnen bepaalt of het bedrijf voldoende scoort op een bepaald gebied. Het keurmerk maakt dus vooral duidelijk of een bedrijf milieuvriendelijker en duurzamer werkt dan 'standaard gangbaar' op alle zes gebieden, maar biedt geen garantie op minimum standaarden waaraan in ieder geval moet zijn voldaan. Omdat de gebieden en keuzemaatregelen voor een deel gaan over hetzelfde als het biologisch keurmerk (bij voorbeeld bemesting, onkruidbestrijding, gebruik van bestrijdingsmiddelen) is dit verwarrend; voor consumenten is het niet altijd makkelijk het voldoen aan standaarden (biologisch) goed te onderscheiden van de puntenscore (planetproof). Planetproof gaat echter over meer dan waar het biologisch keurmerk over gaat, zoals klimaat en landschap. Hier is weer overlap met het eko-keurmerk, maar ook met een begrip als natuurinclusieve landbouw (waaraan - nog -   geen keurmerk is verbonden). Al met al met niet goed voor de transparantie.