Wat biologische landbouw is wordt bepaald door de principes ervan en door de keuzes die de biologisch werkende ondernemers maken (zie daarvoor hoofdstuk 1), maar er zit ook een formeler kantje aan. Wat biologische landbouw ten minste is wordt ook bepaald door wet- en regelgeving. Die bepaalt dat een biologisch bedrijf gecertificeerd moet zijn om zijn product als 'biologisch' te mogen aanbieden. Dat product moet met een keurmerk herkenbaar zijn. Alleen wat aan deze hele set van regels voldoet mag 'biologisch' heten.

Waarom is dit zo strak geregeld ? Daar zijn goede redenen voor:

  • consumentenbescherming: een consument die kiest voor biologisch moet zeker kunnen weten dat het product dat hij/zij koopt ook echt biologisch is geproduceerd ;
  • marktordening, gelijke concurrentie: biologische bedrijven werken met andere, deels zwaardere, spelregels dan gangbare. De certificatie beschermt de biologische bedrijven tegen concurrentie door de gangbare bedrijven (die immers goedkoper kunnen produceren), maar zorgt gelijk voor open en eerlijke concurrentie tussen de biologische bedrijven, op Europese schaal;
  • fraudegevoeligheid: omdat voor biologische producten meer wordt betaald dan voor gangbare, en biologische productie meestal iets meer kost dan gangbaar, is er het risico van fraude (gangbare producten als biologisch verkopen tegen een hogere prijs, of de regels voor biologische bedrijfsvoering iets te ruim opvatten). Controle op gecertificeerde bedrijven beperkt het risico van fraude, en zorgt ervoor dat consumenten blijven vertrouwen in biologische producten.

In dit hoofdstuk leren we over de regels voor biologisch, de certificatie als biologisch bedrijf en het biologisch keurmerk (naast andere keurmerken). Tot slot komt de omschakeling van gangbaar naar biologisch aan bod.